Het is een woelige tijd geweest. Mijn kater blijkt een erfelijke ziekte te hebben (PK-Def). Het was niet bekend dat deze ziekte bij Bengalen voorkwam, tot een paar mensen gingen testen en wij dus ook. Onze kater, Valentino, bleek twee PK-Def genen te hebben, het is een autosomaal recessieve ziekte. Dragers worden er dus niet ziek van, maar lijders wel. Hij was de eerste bekende lijder. Niet helemaal de manier waarop je in de spotlights wil staan, maar we hebben er het beste van proberen te maken door het overal bekend te maken en mensen aan te sporen te testen op PK-Def.
Hij had toen mijn twee poezen en een poes van een vriendin al gedekt. Gelukkig zijn alledrie de poezen vrij van PK-Def genen, dus de kittens zijn 'slechts' dragers.
Inmiddels is gebleken dat zo'n 25% van de tot nu toe geteste Bengalen (zo'n 600 wereldwijd) drager zijn en ongeveer 2-3% lijder.
Hoe dan ook, het heeft alles nogal op losse schroeven gezet. Ik heb al niet zo'n geluk gehad met de Bengalen tot nu toe en dit was bijna de laatste druppel. Maar goed, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik ben zo verknocht aan het ras, dat ik het fokken niet wil opgeven
Twee van de kittens heb ik aangehouden om te zien of ze uitgroeien zoals ik hoop. Gecombineerd met een PK-Def vrije kater krijg je (theoretisch) 50% dragers en 50% vrije kittens, dus op zich is het snel te elimineren.
Ok, foto's dus!
Tino, de kater

Jarah laat Sungai, de 15 weken oude dochter van mijn andere poes Fulani, drinken. Tino staat haar bij


Jarah's dochter, Senja, 6 maanden oud


Fulani's dochter, Sungai, 4,5 maand oud


Allemaal op een berg. Van linksboven naar rechtsonder: Sungai, Jarah, Kawan, Senja, Tino

Fulani, Sungai's moeder, knuffelt met Tino

Mijn eerste Bengaal Itulah (gecastreerd)


En Itulah's zoon, Kawan, ook gecastreerd.

Als beschermheer van pasgeboren Sungai












