Dit citaat is speciaal voor Yuri bedoelt
Bacteriën in droogvoer
Home Prepared Dog and Cat diets, The Healthful Alternative van Donald R. Strombeck DVM, PhD, 1999. ISBN 0 8138 2149 5
Droogvoer is besmet met bacteriën en andere micro-organismen, die de oorzaak kunnen zijn van aandoeningen aan het spijsverteringskanaal. De aangetroffen bacteriën zijn afkomstig van de gebruikte ingrediënten.
Ook komen ze in het voer tijdens de voorbereiding en de bereiding ervan. Ze kunnen de conservering van het product overleven en opgeslagen voer besmetten.
Het meeste droogvoer komt in contact met potentiële besmettingsbronnen van micro-organismen tijdens:
1. de productie van de ingrediënten,
2. de voorbereiding en productie van het voer,
3. de opslag en de distributie ervan en
4. de voorbereidingen voor de consumptie.
Besmetting vindt plaats via bacteriën in de aarde, de lucht, levende planten, voer of mest, dieren, mensen, rioolwater, gebruikte apparatuur, ingrediënten en verpakkingsmaterialen.
Besmette eindproducten kunnen weer een besmettingsbron zijn voor andere producten.
In de eindfase van het productieproces wordt het voer bedekt met een combinatie van dierlijke eiwitten en vloeibaar vet.
Tijdens het koken van de ingrediënten worden alle bacteriën vernietigd, maar het eindproduct verliest zijn steriliteit tijdens
1. het droogproces
2. het toevoegen van het vloeibare vet
3. het verpakken.
Het aantal bacteriën varieert en hangt af van:
1. de oorspronkelijke besmetting,
2. de bacteriën, die er tijdens het productieproces bijkomen of verdwijnen,
3. een herbesmetting tijdens de verdere verwerking van het gekookte ingrediënt en
4. de groei of vernietiging tijdens de opslag, de verkoop en het gebruik.
Meestal zitten er 1000 tot 10.000 bacteriën per gram in de dierlijke producten die verwerkt worden tot voer.
Ingrediënten van een slechte kwaliteit, onvoldoende verhitting, herbesmetting bij de verwerking en de opslag – alles kan zorgen voor te veel bacteriën in gekookte producten.
Mensen maken zich zorgen over het gezondheidsaspect van voeding, zoals de besmetting van dierlijke voedselbronnen met ziekteverwekkende bacteriën.
De kwaliteit van de ingrediënten van diervoeding is veel minder dan die van menselijke voeding. Zo wordt bijvoorbeeld afgekeurd vlees verwerkt tot diervoeding of kunstmest.
Afgekeurde producten voor huisdieren zijn vaak besmet met bacteriën – en meestal de reden om ze van de schappen te halen. Om dit te veranderen, zou de industrie de herkomst van de ingrediënten die gebruikt worden voor diervoeding, moeten veranderen.
Onlangs is er onderzoek gedaan naar hoeveelheden en soorten bacteriën die geïsoleerd konden worden uit besmette droogvoeders. Alle voeders waren besmet, maar de bacteriën konden niet veel schade aanrichten bij dieren met een snelle spijsvertering.
Besmetting kan ook optreden wanneer de instructies voor het voeren goed worden nagevolgd. Zo adviseert een grote fabrikant om altijd halfzachte voeding beschikbaar te hebben voor puppies tijdens het spenen, maar bacteriën vermenigvuldigen zich razendsnel in met vocht aangelengd droogvoer.
Salmonella is aanwezig in de ontlasting van 30 procent van alle honden. Het overgrote deel is er niet ziek van.
Een salmonella infectie volgt meestal na het innemen van besmet voer of water. Het voer wordt gemaakt met ingrediënten van dierlijke oorsprong en besmet door deze ingrediënten.
Salmonella zit vaak in droogvoer maar de meeste mensen weten het niet.
Een citaat uit het tijdschrift American Veterinary Medical Association journal: "Uit de inspectie van de FDA van plantaardig en dierlijk materiaal dat gebruikt wordt voor diervoeding, blijkt dat bijna 57 procent van de monsters met dierlijke eiwitten en 36 procent van de plantaardige monsters positief getest zijn op Salmonella.
Bij andere onderzoeken werden meer dan 60 procent van de bedrijven waar dierlijke eiwitten verwerkt worden, en 37 procent van de bedrijven waar planten verwerkt worden positief bevonden op Salmonella."
Diervoeders worden gekookt om de Salmonella bacterie te vernietigen - maar als de werkruimte besmet is, wordt het voer na het kookproces opnieuw blootgesteld aan besmetting. Men doet alsof het voer vrij is van andere bacteriën - maar er wordt niet onderzocht of dit echt zo is.
Staphylococcus aureus staat op de tweede plaats als veroorzaker van darmaandoeningen. De bacterie zit meestal in besmet vlees.
Is een voeder besmet, dan kan het gekookt worden om de bacteriën te vernietigen.
Het verhittingsproces vernietigt echter NIET de gifstoffen die al zijn gevormd. Het voeder blijft zorgen voor darmproblemen.