tweedehands honden deel 14
Geplaatst: 16 feb 2011 20:43
14
Als kind las ik alle dierenboeken waar ik de hand op kon leggen. Ik had een speciale belangstelling voor boeken over honden, en al heel vroeg was ik op de hoogte van de africhting en opvoeding van honden.
Nog voordat ik zelf een hond had wist ik al hoe je een pup moest grootbrengen zodat hij zou uitgroeien tot een evenwichtige kameraad, die alles zou doen wat je van hem vroeg.
Toen ik mijn eerste hondje kreeg (een pienter bastaardje) nam ik direct zijn opvoeding ter hand, want één van de voorwaarden was dat niemand last van het beestje mocht ondervinden.
Zo gauw ik uit school kwam was ik buiten met "Funny" (want zo heette hij) in de weer, en ik leerde hem allerlei nuttige zaken.
Op een dag werd ik bij het trainen gadegeslagen door een wat oudere dame met een drietal hollandse keeshonden. Zij maakte mij een compliment omtrent mijn omgang met de hond,
en vroeg of ik er wat voor voelde om bij de kynologenclub te komen werken als instructeur.
Het was in de tijd dat een hond nog niet 'standaard' op cursus ging. Het ging om mensen die bij elkaar kwamen omdat hun hond zo onhandelbaar was dat zij zich geen raad meer wisten.
Er was een tekort aan instructeurs of een overschot aan probleemgevallen, het is maar hoe je het bekijkt.
Ik was zeer gevlijd dat men (ondanks mijn zeer jonge leeftijd) voldoende vertrouwen in mij stelde om mij dit werk te laten doen, en dus was ik iedere zondag al vroeg op het trainingsveld te vinden.
Eigenlijk was het geen trainingsveld maar gewoon een stuk heide in de buurt van een theehuis. Dat het een trainingsveld was kon je alleen zien aan een uitgesleten kring,
waar het circus zijn rondjes liep om ze te leren fatsoenlijk aan de lijn te volgen, en elkaar in die
tussentijd niet op te vreten.
Ik vertel u deze lange opschepperige inleiding om u er van te overtuigen dat ik na 55 jaar wel een beetje weet hoe je een hond kunt laten komen op bevel.
Tenminste...dat dacht ik.
Maar sinds de komst van de Galgo's is die overtuiging aan ernstige inflatie onderhevig.
Ik zal u schetsen wat er gebeurt.
Aan het begin van de wandeling laat ik de honden los. Zij stuiven er als een stel maniakken vandoor, om de ledematen los te maken en de lichaamstemperatuur op niveau te brengen.
Na een kilometer of wat zijn zij even uitgeraasd en gaan zij uitkijken naar andere bronnen van vermaak. Zoals daar zijn;
hondjes om mee te spelen, muizen om op te eten, of konijnen om te bejagen. Onze vaste route is eigenlijk een grote boog om het overzichtelijke deel van de Hoorneboegse heide.
Halverwege die boog zijn wij dus bezig aan de terugtocht. Dat weet Gijsje, en die gaat dus de zaak ophouden.
Zij heeft daar verschillende methoden voor. Het duurde even voordat het tot mij doordrong waar zij mee bezig is, zo subtiel is haar aanpak.
Het kan zijn dat zij in de verte een hondje ziet waar zij mee wil spelen. Maar halverwege breekt zij het spel af, en gaat er vandoor.
Een andere methode is "een interessant spoor volgen"... Zij loopt dan helemaal verdiept in het spoor van ons weg. Als ik haar roep reageert zij niet, maar gaat hardnekkig verder met snuffelen, en manoeuvreert consequent bij mij vandaan, zonder dat zij naar mij kijkt. Zelfs als ik duidelijk zichtbaar een zak worst tevoorschijn haal kijkt zij niet. Zij kijkt ook niet als ik de andere honden al dat lekkers geef.
Zij gaat onverstoorbaar door met spoorzoekertje spelen. Dan weer naar links en vervolgens naar rechts, maar nooit, echt helemaal nooit mijn richting uit!
Alsof de konijnen alleen daar lopen waar ik niet loop!!
Dit gedoe te moeten gadeslaan en daarbij volstrekt genegeerd te worden is zenuwslopend. Vooral met die regen en kou van dit seizoen. Ik heb wintervoeten
en permanent dooie vingers, die dan ook volkomen gevoelloos zijn. Mijn verlangen naar een kop hete koffie groeit met de minuut.
Wanneer ik mij resoluut omdraai, en in de richting van de uitgang loop zie ik dat zij mij volgt. Maar zij handhaaft heel zorgvuldig een afstand van circa 200 meter tussen ons.
Als ik omdraai, en naar haar toeloop draait zij ook om en gaat weer net zo hard terug.
Ik zou heel snel van haar weg moeten lopen, maar dat breng ik niet meer op. Ik heb geen snelheid meer, en mijn uithoudingsvermogen heeft ernstig geleden.
Na honderd meter ben ik blauw.
Ik ben op de bodem van mijn trukendoos beland, en zij heeft het allemaal doorzien. Ze trapt nergens in.
wordt vervolgd
Kelev
Als kind las ik alle dierenboeken waar ik de hand op kon leggen. Ik had een speciale belangstelling voor boeken over honden, en al heel vroeg was ik op de hoogte van de africhting en opvoeding van honden.
Nog voordat ik zelf een hond had wist ik al hoe je een pup moest grootbrengen zodat hij zou uitgroeien tot een evenwichtige kameraad, die alles zou doen wat je van hem vroeg.
Toen ik mijn eerste hondje kreeg (een pienter bastaardje) nam ik direct zijn opvoeding ter hand, want één van de voorwaarden was dat niemand last van het beestje mocht ondervinden.
Zo gauw ik uit school kwam was ik buiten met "Funny" (want zo heette hij) in de weer, en ik leerde hem allerlei nuttige zaken.
Op een dag werd ik bij het trainen gadegeslagen door een wat oudere dame met een drietal hollandse keeshonden. Zij maakte mij een compliment omtrent mijn omgang met de hond,
en vroeg of ik er wat voor voelde om bij de kynologenclub te komen werken als instructeur.
Het was in de tijd dat een hond nog niet 'standaard' op cursus ging. Het ging om mensen die bij elkaar kwamen omdat hun hond zo onhandelbaar was dat zij zich geen raad meer wisten.
Er was een tekort aan instructeurs of een overschot aan probleemgevallen, het is maar hoe je het bekijkt.
Ik was zeer gevlijd dat men (ondanks mijn zeer jonge leeftijd) voldoende vertrouwen in mij stelde om mij dit werk te laten doen, en dus was ik iedere zondag al vroeg op het trainingsveld te vinden.
Eigenlijk was het geen trainingsveld maar gewoon een stuk heide in de buurt van een theehuis. Dat het een trainingsveld was kon je alleen zien aan een uitgesleten kring,
waar het circus zijn rondjes liep om ze te leren fatsoenlijk aan de lijn te volgen, en elkaar in die
tussentijd niet op te vreten.
Ik vertel u deze lange opschepperige inleiding om u er van te overtuigen dat ik na 55 jaar wel een beetje weet hoe je een hond kunt laten komen op bevel.
Tenminste...dat dacht ik.
Maar sinds de komst van de Galgo's is die overtuiging aan ernstige inflatie onderhevig.
Ik zal u schetsen wat er gebeurt.
Aan het begin van de wandeling laat ik de honden los. Zij stuiven er als een stel maniakken vandoor, om de ledematen los te maken en de lichaamstemperatuur op niveau te brengen.
Na een kilometer of wat zijn zij even uitgeraasd en gaan zij uitkijken naar andere bronnen van vermaak. Zoals daar zijn;
hondjes om mee te spelen, muizen om op te eten, of konijnen om te bejagen. Onze vaste route is eigenlijk een grote boog om het overzichtelijke deel van de Hoorneboegse heide.
Halverwege die boog zijn wij dus bezig aan de terugtocht. Dat weet Gijsje, en die gaat dus de zaak ophouden.
Zij heeft daar verschillende methoden voor. Het duurde even voordat het tot mij doordrong waar zij mee bezig is, zo subtiel is haar aanpak.
Het kan zijn dat zij in de verte een hondje ziet waar zij mee wil spelen. Maar halverwege breekt zij het spel af, en gaat er vandoor.
Een andere methode is "een interessant spoor volgen"... Zij loopt dan helemaal verdiept in het spoor van ons weg. Als ik haar roep reageert zij niet, maar gaat hardnekkig verder met snuffelen, en manoeuvreert consequent bij mij vandaan, zonder dat zij naar mij kijkt. Zelfs als ik duidelijk zichtbaar een zak worst tevoorschijn haal kijkt zij niet. Zij kijkt ook niet als ik de andere honden al dat lekkers geef.
Zij gaat onverstoorbaar door met spoorzoekertje spelen. Dan weer naar links en vervolgens naar rechts, maar nooit, echt helemaal nooit mijn richting uit!
Alsof de konijnen alleen daar lopen waar ik niet loop!!
Dit gedoe te moeten gadeslaan en daarbij volstrekt genegeerd te worden is zenuwslopend. Vooral met die regen en kou van dit seizoen. Ik heb wintervoeten
en permanent dooie vingers, die dan ook volkomen gevoelloos zijn. Mijn verlangen naar een kop hete koffie groeit met de minuut.
Wanneer ik mij resoluut omdraai, en in de richting van de uitgang loop zie ik dat zij mij volgt. Maar zij handhaaft heel zorgvuldig een afstand van circa 200 meter tussen ons.
Als ik omdraai, en naar haar toeloop draait zij ook om en gaat weer net zo hard terug.
Ik zou heel snel van haar weg moeten lopen, maar dat breng ik niet meer op. Ik heb geen snelheid meer, en mijn uithoudingsvermogen heeft ernstig geleden.
Na honderd meter ben ik blauw.
Ik ben op de bodem van mijn trukendoos beland, en zij heeft het allemaal doorzien. Ze trapt nergens in.
wordt vervolgd
Kelev