Ik keek naar Otto die er bij lag.
In een kuil.
'Zo doen we dat altijd als hij me helpt met in de tuin werken', antwoordde ik. 'Ik graaf de kuilen en hij gaat erin liggen.'
Waarvan akte, al had ik dit kuiltje net weer dichtgegooid:

Zoooo lekker, die frisse aarde aan je buik



