Mijn grote knuffel, mijn kleine brombeer. Ik moe(s)t niet alleen door het stof, maar ook door sloten en oceanen
De draak, de slingeraap, de rothond. De hond die zo zoet ligt te slapen en voor je met je ogen kan knipperen alle kanten op vliegt.
De spiegel waar ik nooit om gevraagd heb, maar wel kreeg. Mijn geluk, mijn trots, mijn rijkdom.
Als ik naar hem kijk, krijg ik kriebels in mijn buik. Als ik over hem praat, schiet ik bijna vol. Hij is voor mij zo bijzonder, ik geniet van alle tijd met hem.
Hij kan naar me lachen, hij kan naar mij fronsen en hij kan me uitlachen. Zijn "ik" spat van hem af en ik vind het heerlijk om naar te kijken.
Ik hoop dat we nog heel veel jaren van elkaar mogen genieten, grote vent
Als kleine urkel


Één jaar oud

Uitgegroeid tot wijze man











1:

