Vol goede moed smijt ik een paar keer dat ding in het water, Ayleen driftig er achter aan. Met een blij hoofd gooi ik hem dan eens wat verder: dat kan ze zat!
Heel rap zwemt ze naar het ding toe, netjes in een rechte lijn. Ik glunder me een ongeluk.
Tot: de lange lijn stopt. Nét voor het ding. Ayleen hapt op een paar akelige centimers mis, en draait zich acuut om. Als je er niet bij kan, kan je er niet bij. Dus dan kan je er nooit bij. Nu niet, nooit niet.
Ik probeer nog met wijzen en motiverend te brullen. 'Toe dan! Voooorrruiiiitt! Apport Ayleen, APPORT!' De moed zakt me al snel in de schoenen, en na tien minuten wil het nog niet.
Teleurgesteld ben ik naar huis gegaan. Ayleen was ook teleurgesteld. Maar niet teleurgesteld genoeg om nog een keer dat eindje te zwemmen.
Hopelijk vind ik hem vanmiddag.En anders maak ik vast een andere hond blij.
Een wijze les: houd in het begin, áltijd het speeltje aan de lange riem. En niet aan de hond.
Dag, mooi (en te duur) ding. Eenzaam en alleen in de vijver. Het ga je goed...









[/url]