
Hij woont bij de buurvrouw.
Vandaag hadden we weer eens even een kletsje, dat was al een tijdje terug. Ik was op de terugweg van een wandeling met Otto.
En Paddy, bláffen man.
Tegen Otto.
Die had het al met die uit hun plaat vliegende wawa-reutjes en hussels in Deventer: straal voorbijlopen. Ook twee megawaakse teefjes (boerenfoxje en een westie) hier verderop. Die langs het hek vliegen en Otto kijkt niet op of om.
Buuv en ik kletsen en Paddy bleef maar blaffen, dus ze zegt: Ik zet hem er wel even bij. Paddy buiten het hek. Blafblafblaf.
Otto staat erbij zo van: Ja, en?
Paddy: Blafblafblaf.
Op zeker moment is Ot wel klaar met dat hysterische gekef en blaft hij, één keer, en Paddy druipt af.
Niet voor lang hoor. Heel snel ging hij weer: Blafblafblaf.
Buuv zet hem terug achter het hek, en ik zeg tegen Ot: Ga maar heel even achter het muurtje zitten.
En uiteindelijk werd Paddy heel iets rustiger. Maar tegen mij nog wel blaffen, want ik was immers degene die 'die hond' bij me had. Denk ik dan.
Toen we weggingen, stopte paddy bijna direct. Had hij de indringer toch maar mooi verjaagd
Maar wat was ik trots op Otto.
Zo cool.
Zo rielèks.
Zo Otto

