Aan de wandel, Otto snuffelt ergens en ploft ineens op zijn schouder om even een lekker potje te gaan rollen. Ik trek aan de lijn en zie een dood beestje liggen. Ik heb niet eens gekeken wat voor beestje, ik zag gisteren een mol in een klem zitten op dat stuk, dus misschien was het een dooie mol, maar de ingewanden lagen bloot en met een luid Gatverdamme ben ik doorgestiefeld.
Jet moet poepen. Op een stukje waar ik het opruim. Maar nog voor ik goed en wel een poepzakje uit mijn jaszak heb gevist stort Mies zich er bovenop en doet zich te goed aan de nog warme drol van Jet.
Waarom?
Waarom?
Waarom?
Waarom?
Zucht.









