Daarom neem ik nooit meer dan twee tegelijk mee. Alleen het laatste rondje 's avonds, een stukje door het dorp, als het zo uitkomt, met z'n drieën tegelijk. Mies loopt dan vaak voor spek en bonen mee, want ze doet zelden wat aan de lijn. Laat ik haar thuis dan ligt er bij terugkomst wel eens een cadeautje op de keukenvloer, laat ik haar eerst uit dan doet ze ook niet altijd wat. En ze loopt altijd achter me langs, dus ik ben dan ook altijd bezig met achter mijn rug om haar lijn om te gooien van mijn ene naar mijn andere hand en weer terug.
Links heb ik Jet aan de flex en rechts heb ik Otto aan de flex. En ik wil onderweg ook altijd even een peukje roken, dus dan heb ze alle drie in één hand. Met Otto en Jet ben ik daar al aardig in geoefend, ook als de een vijf meter naar voor trekt en de ander vijf meter naar achter, zodat mijn hand bijkans uit elkaar wordt getrokken, maar je moet wat over hebben voor je verslaving.
Ik heb dan ook een zeer sterke rechterhand
Jet is, loslopend met Mies, gewend om honderd meter voorop te lopen en ze denkt dat dat aan de flex ook kan. Dus is het elke keer: 'Jet, wachten', want Otto moet even snuffelen en zijn poot optillen of hij ruikt ineens een geurtje vijf meter terug. Ondertussen gooi ik, sigaret achteloos in mijn mondhoek hangend, de lijn van Mies weer achter mijn rug van mijn ene in mijn andere hand, waar dus ook al flexlijnen in zitten. Mies doet niet aan flex, ze neemt de ruimte gewoon niet, dus gaat zij mee aan zo'n hip jachtlijntje van Marjoleine.
En dan lopen Ot en Jet ook nog eens door elkaar heen, zodat ik om de zoveel meter een brul 'Wachten!' geef omdat ik stil moet staan om de flexlijnen te ont-wikkelen. Ondertussen loopt Mies deze keer vóór me langs en is het alsnog 'Wachten!' omdat mijn hele systeem van achterlangs de lijn overgooien in de war is geschopt.
Poept er een.
Omdat ik denk dat ik hier in het dorp de enige ben die dat opruimt laat ik dat 's avonds achterwege.
Moet ik ook nog met een zaklamp in mijn hand gaan lopen, want kippig als ik ben zie ik die hele drol niet meer liggen tenzij ze het recht onder een lantaarnpaal doen maar dat doen ze nooit.
Terwijl we staan te wachten, doorgaans even op Otto, maar die legt kattendrolletjes dus is het minder erg, flupt Mies weer achter me langs van rechts naar links en als Otto klaar is vliegt hij onder Jet door naar het volgende snuffelplekje.
'Wachten!'
Ineens Mies die met één poot over de lijn is gestapt en in paniek stil blijft staan.
'Wachten!'
Wat ik nog niet heb genoemd is dat er ergens onderweg een punt komt waarop ik mijn neus heel erg moet snuiten.
Ik mag toch hopen dat het bij u niet zo gaat.








