De uitdaging is vooral om de locaties te vinden (want die zijn vaak behoorlijk overwoekerd door de natuur) én om binnen te komen.
Zoals bij deze locatie bijvoorbeeld, waar wij binnen zijn gekomen door ons letterlijk onder de deur te persen.

Eenmaal binnen begint het feest pas echt. Verlichting en een plattegrond van de locatie is absoluut noodzakelijk, want verdwalen is altijd mogelijk. En dan heb ik het niet eens over de gaten in de grond zoals open liftschachten en afwateringsgoten.

Dit trappenstelsel (met in het midden de liftschacht die verdwenen is) gaat 30 meter de diepte in. En de eerste paar meters is er iets van een provisorische (maar uiterst onbetrouwbare!) leuning aangebracht, maar die verdwijnt al snel.


Eenmaal beneden kom je dan restanten tegen van onder andere de keuken en machinekamer.



Nu zijn dit nog nette en stabiele gangenstelsels. De gangenstelsels uit de eerste wereldoorlog zijn meestal een stuk instabieler, zoals deze bijvoorbeeld.

En als laatste nog een werkje met toegang tot ondergrondse gangenstels die ik zelfs niet in durfde.











