wie kan me degelijke uitleg ivm levershunt geven aub?
het gaat niet om mijn eigen honden maar wel om een Lagotto pupje dat in Frankrijk geboren is...het arme diertje is op een leeftijd van 3 maand overleden met het vermoeden van levershunt...
dus graag alle info oa erfelijkheid, rasgebondenheid ed meer...
Ster topic:
Kijk je naar goedkopere alternatieven voor je hond nu alle de prijzen zo uit de bocht vliegen?
Ster topic! Klik hier om te reageren
Ben je nieuw en wil je een account maken? Klik hier!
Een (zeer) beknopte handleiding voor nieuwe leden vind je hier: Klik!
Het hondenforum team stelt zich hier voor: Klik!
Laatste wijziging 23-03-2022
Wil je deze forummededeling niet meer zien? klik dan rechtsboven in dit vak
Kijk je naar goedkopere alternatieven voor je hond nu alle de prijzen zo uit de bocht vliegen?
Ster topic! Klik hier om te reageren
Ben je nieuw en wil je een account maken? Klik hier!
Een (zeer) beknopte handleiding voor nieuwe leden vind je hier: Klik!
Het hondenforum team stelt zich hier voor: Klik!
Laatste wijziging 23-03-2022
Wil je deze forummededeling niet meer zien? klik dan rechtsboven in dit vak
info ivm levershunt
Moderator: moderatorteam
- carine
- Zeer actief
- Berichten: 2445
- Lid geworden op: 27 mei 2007 11:06
- Mijn ras(sen): Lagotto Romagnolo of Italiaanse waterhond
- Aantal honden: 2
- Locatie: merksem
- Contacteer:
info ivm levershunt
carine, giorgio,juno, nigra (+) en de knabbelbeesten

http://www.lagottoromagnolo.be
http://www.bloggen.be/giorgio
http://www.bloggen.be/lagotto

http://www.lagottoromagnolo.be
http://www.bloggen.be/giorgio
http://www.bloggen.be/lagotto
-
Telgter Toller
- Zeer actief
- Berichten: 654
- Lid geworden op: 25 feb 2010 12:50
- Mijn ras(sen): Tollers
- Locatie: Ermelo
- Contacteer:
Re: info ivm levershunt
levershunt is mijns inziens niet rasgebonden. We zien het helaas ook wel eens bij Tollers. Soms is operatief ingrijpen effectief, maar veel honden overlijden jong aan deze aandoening.
Erfelijkheid wordt vermoed, maar is voor zover ik weet nog niet bewezen.
lees dit verdrietige relaas over een Tollerpup met levershunt
http://home.kpn.nl/hanny-robert/nieuwesite/basra.htm" onclick="window.open(this.href);return false;
lees ook het volgende artikel
Door Rob Schellevis
Recentelijk hoorde ik dat er weer wat pups waren geboren met levershunt. Dit overigens uit verschillende combinaties. Omdat u er misschien ook wel eens van hebt gehoord, maar niet precies weet wat een levershunt nu precies is heb ik op internet gezocht naar een artikel waarin de afwijking en onderzoeksmethoden duidelijk worden beschreven. De artikelen vond ik voor jullie op de site van de Faculteit Diergeneeskunde Utrecht en de site van de cairn terriërs.
In het kader van het artikel wil ik jullie nog maar weer eens wijzen op het belang van informatie-uitwisseling. Iets waar de meeste fokkers van honden overigens nog steeds niet erg goed in zijn. Problemen komen immers altijd bij een ander voor.
In concluderende zin wordt in het artikel gesteld dat zolang er nog geen 100% duidelijkheid is over de wijze van vererving van de portosystemische shunt fokkers vooralsnog niet het advies wordt gegeven een ouderdier met een nakomeling met een portosystemische shunt van de fokkerij uit te sluiten. Wel wordt door de Kliniek voor Gezelschapsdieren te Utrecht afgeraden de combinatie waaruit een pup met een portosystemische shunt is geboren te herhalen.
En voeg ik er dan aan toe, is het misschien ook handig dit niet te doen met nestgenoten van deze combinatie. Hier kan alleen maar adequaat op worden ingespeeld door fokkers als andere fokkers bereid zijn hun ervaringen te delen.
Portosystemische shunt
Wat is een portosystemische shunt?
Om de afwijking ‘portosystemische shunt’ te begrijpen is het van belang te weten hoe de situatie bij een gezonde hond is. Al het bloed, dat afkomstig is uit de maag, de darmen en andere buikorganen, verzamelt zich in de poortader, die in de lever uitmondt. Met dit bloed worden alle stoffen, die in de darmen worden opgenomen, naar de lever vervoerd. Naast nuttige voedingsstoffen worden uit de darmen ook uiterst giftige stoffen in het bloed opgenomen. De lever heeft als taak de giftige stoffen uit het poortaderbloed te verwijderen, zodat die niet in het lichaam kunnen binnendringen.
Een portosystemische shunt is een bloedvat dat de poortader verbindt met de achterste holle ader, die naar het hart loopt. Zo’n shunt is normaal niet aanwezig, het is dus een extra aangelegd bloedvat.
Het gevolg van een shunt zal duidelijk zijn: het poortaderbloed stroomt grotendeels door de shunt buiten de lever om naar de achterste holle ader. Daarmee komen ook de giftige stoffen vanuit de darmen direct in het lichaam terecht. Een dier met zo’n aangeboren shunt wordt daardoor langzamerhand vergiftigd. Bovendien werkt de lever niet goed, omdat er veel minder bloed dan normaal in de lever aankomt.
Verschijnselen
De symptomen van een portosystemische shunt kunnen soms al op heel jonge leeftijd worden opgemerkt, maar het kan ook één tot anderhalf jaar duren voordat verschijnselen gezien worden. Dit betekent dus dat een fokker bij een nest pups van negen weken niet met zekerheid kan zien of één van de pups een shunt heeft. Een goed uitgevoerde ammoniak-test is de enige mogelijkheid om zekerheid te krijgen.
Niet altijd zijn de symptomen van een shunt even duidelijk en meestal vertoont één hond niet alle symptomen.
Wat zijn mogelijke verschijnselen?
1. Snel moe worden.
2. Sloom zijn.
3. Veel drinken en veel plassen.
4. Vertraagde groei, ‘achterblijvertje’.
5. Braken, soms ook diarree.
6. Blaasontsteking, persen op de urine.
7. ‘Hersenverschijnselen’.
Hersenverschijnselen houden in: kwijlen, onhandig drinken, moeilijk slikken, ‘dronken lopen’, omvallen, dwangmatige bewegingen maken (zoals in cirkels lopen of door de muur willen lopen), schijnbaar blind zijn, slecht op prikkels reageren, toevallen hebben, plotseling in slaap vallen. De verschijnselen zijn vaak wisselend in ernst; een hond kan de ene dag heel normaal lijken en de volgende dag slecht zijn. Soms is een hond vooral de eerste uren na de maaltijd ziek.
Bloedafname
Om een portosytemische shunt vast te stellen wordt een bloedonderzoek op ammoniak verricht. De hond dient hiervoor nuchter te zijn; dat wil zeggen dat hij of zij na 23.00 uur op de dag voorafgaand aan het onderzoek niet meer mag eten (ook niet drinken bij de moederhond). Het drinken van water is wel toegestaan.
De meeste dierenartsen zullen bloed afnemen uit de hals; in de meeste gevallen gaat dit snel en eenvoudig. Bij tegenstribbelende pups kan het voorkomen dat er mis geprikt wordt en de dierenarts het nogmaals zal moeten proberen. Het is daarom van belang dat pups gewend zijn vastgehouden te worden!
Bloedafname dient zeer nauwkeurig te gebeuren om foutieve uitslagen te voorkomen. De dierenarts zal hiervoor de nodige voorzorgsmaatregelen treffen.
De uitslag
Snel na het afnemen van het bloed ontvangt de fokker de uitslag. Als de pups in de universiteitskliniek in Utrecht zijn getest, krijgt de fokker de uitslag de volgende dag telefonisch. Bij de andere dierenartsen zult u over het algemeen gelijk de uitslag krijgen. Zo spoedig mogelijk na de test krijgt de fokker het testformulier met de uitslagen toegezonden. In principe moet de ammoniak-waarde onder de 45 umol/l liggen. In de praktijk wordt nader onderzoek verricht als de gevonden ammoniakwaarde 60 umol/l of hoger is. De ervaring heeft geleerd dat de overgrote meerderheid van pups met een ammoniakwaarde tussen de 45 en 60 geen shunt heeft. Daarom is de grens bij 60 umol/l gelegd. Echter: er zijn verschillende gevallen bekend van Cairn-pups met een ammoniakwaarde tussen de 50 en 60 umol/l die wél een shunt hadden. Heeft een pup dus een ammoniakwaarde, die 60 umol/l of hoger is, dan wordt standaard verder onderzoek gedaan. Voor fokkers van pups met ammoniakwaarden tussen de 50 en 60 umol/l is het nadere onderzoek niet verplicht, maar wel aan te raden.
Voor veel fokkers is het moeilijk te begrijpen dat een pup met een ammoniakwaarde van 57 umol/l wel een shunt kan hebben, terwijl een pup met een waarde van 78 umol/l dit mogelijk niet heeft. Men moet zich hierbij realiseren dat het bij deze test gaat om het meten van een uiterst kleine hoeveelheid ammoniak in het bloed. Alleen een test, welke volgens een speciale methode, zeer zorgvuldig wordt uitgevoerd, is betrouwbaar.
In de praktijk blijkt dat er bij de uitslagen tussen de 50 en 80 umol/l sprake is van een ‘grijs’ gebied: of de hond heeft een shunt en door toevallige oorzaken geen zeer sterk verhoogde ammoniakwaarde of de hond heeft geen shunt maar door toevallige oorzaken wel een enigszins verhoogde ammoniakwaarde. Alleen nader onderzoek kan in dit grijze gebied duidelijkheid verschaffen.
Nogmaals: bij een pup met een waarde vanaf 60 umol/l wordt standaard nader onderzoek verricht; voor pups met een ammoniakwaarde tussen de 50 en 60 umol/l wordt het aanbevolen.
Ammoniak-tolerantie-test
Bij pups met een verhoogde ammoniakwaarde wordt een ammoniak-tolerantie-test uitgevoerd. Allereerst wordt bij de hond een buisje bloed afgenomen voor een ammoniak-bepaling. Daarna wordt een kleine hoeveelheid ammoniak-oplossing in de endeldarm ingebracht, welke hoeveelheid bij gezonde honden door de lever wordt uitgezeefd. Na 20 en 40 minuten wordt nogmaals een buisje bloed afgenomen voor een ammoniak-bepaling. Bij gezonde dieren vindt geen stijging van de ammoniakconcentratie plaats, bij dieren met een portosystemische shunt vindt er een zeer duidelijke stijging plaats (meestal tot boven de 150 umol/l). Er is geen relatie tussen de hoogte van de ammoniakconcentratie en de grootte van de shunt of de ernst van de verschijnselen. Helaas is er ook in de ammoniaktolerantietest sprake van een ‘grijs’ gebied: heel soms vindt er een geringe verhoging van het ammoniak plaats, die hoogstwaarschijnlijk als normaal moet worden beschouwd. Het overdoen van de ammoniaktolerantietest is een mogelijkheid om uitsluitsel te krijgen of er inderdaad geen shunt aanwezig is.
De ammoniak-tolerantie-test is niet belastend voor de volwassen hond en ook niet voor een pup.
Persfusie-scan
Er is inmiddels een methode ontwikkeld waardoor met zekerheid vastgesteld kan worden of de hond een portosystemische shunt heeft: de persfusiescan.
Dit is nog geen standaardonderzoek. Als de dierenarts die de shunt-controle uitvoert een persfusiescan noodzakelijk vindt, zal hij/zij dit met u overleggen.
Tijdens een persfusie-scan (ook wel shunt-fraktiemeting genoemd) kan - indien aanwezig - de shunt zichtbaar gemaakt worden met behulp van apparatuur. Tevens kan de mate van shunting bepaald worden (dat wil zeggen: het percentage bloed dat om de lever heen stroomt wordt berekend).
De persfusiescan kan alleen in de Kliniek in Utrecht worden uitgevoerd.
Wat te doen bij een shunt?
Uiteindelijk is een portosytemische shunt dodelijk. De hond ‘groeit er niet overheen’ en de shunt gaat ook niet vanzelf dicht.
In principe zijn er twee oplossingen:
- Operatie
In principe wordt een portosystemische shunt behandeld door hem operatief af te sluiten. Tegenwoordig wordt de shunt niet altijd helemaal afgesloten, maar wel zoveel mogelijk. Het sluiten van een portosystemische shunt is specialistisch werk: te veel sluiten kan leverstuwing geven, te veel openlaten geeft onvoldoende effect.
Na een geslaagde operatie kan een hond met een portosystemische shunt een normaal leven leiden en hoeft op geen enkel terrein ontzien te worden. Men moet zich echter wel realiseren dat hoewel het dier gezond is, hij of zij nog steeds drager van de erfelijke informatie die de shunt veroorzaakte is! Gebruik van een geopereerde hond voor de fokkerij is dus volstrekt af te raden!
De kosten van een operatie bedragen overigens ongeveer € 1000,-- tot € 1200,00.
Afhankelijk van de situatie kan de behandeld dierenarts de hond tot het moment van de operatie een speciaal dieet voorschrijven.
- Euthanasie
Als om wat voor reden dan ook niet voor een operatie gekozen wordt, nadat vaststaat dat de hond aan een portosystemische shunt lijdt, is de meest reële oplossing de hond te laten inslapen, voordat de shuntverschijnselen zich gaan voordoen.
Vererving
Over het ontstaan van de portosystemische shunt is nog weinig bekend. Wel is de shunt bij vele rassen geconstateerd. De deskundigen gaan er vanuit dat er in elk geval erfelijke factoren in het spel zijn. De meest waarschijnlijke wijze van vererving voor de portosystemische shunt is de polygene overerving, dat wil zeggen dat er meer genenparen bij betrokken zijn. De vererving is daardoor een zeer ingewikkelde zaak. De resultaten van de proefparingen ondersteunen deze conclusie. Zolang er nog geen 100% duidelijkheid is over de wijze van vererving van de portosystemische shunt wordt fokkers vooralsnog niet het advies gegeven een ouderdier met een nakomeling met een portosystemische shunt van de fokkerij uit te sluiten. Wel wordt door de Kliniek voor Gezelschapsdieren te Utrecht afgeraden de combinatie waaruit een pup met een portosystemische shunt is geboren te herhalen. Thans is men druk bezig met de voorbereidingen voor DNA onderzoek naar de shunt.
bron: http://www.bernersennenhond.nl/www/nede ... /frame.htm" onclick="window.open(this.href);return false;
Erfelijkheid wordt vermoed, maar is voor zover ik weet nog niet bewezen.
lees dit verdrietige relaas over een Tollerpup met levershunt
http://home.kpn.nl/hanny-robert/nieuwesite/basra.htm" onclick="window.open(this.href);return false;
lees ook het volgende artikel
Door Rob Schellevis
Recentelijk hoorde ik dat er weer wat pups waren geboren met levershunt. Dit overigens uit verschillende combinaties. Omdat u er misschien ook wel eens van hebt gehoord, maar niet precies weet wat een levershunt nu precies is heb ik op internet gezocht naar een artikel waarin de afwijking en onderzoeksmethoden duidelijk worden beschreven. De artikelen vond ik voor jullie op de site van de Faculteit Diergeneeskunde Utrecht en de site van de cairn terriërs.
In het kader van het artikel wil ik jullie nog maar weer eens wijzen op het belang van informatie-uitwisseling. Iets waar de meeste fokkers van honden overigens nog steeds niet erg goed in zijn. Problemen komen immers altijd bij een ander voor.
In concluderende zin wordt in het artikel gesteld dat zolang er nog geen 100% duidelijkheid is over de wijze van vererving van de portosystemische shunt fokkers vooralsnog niet het advies wordt gegeven een ouderdier met een nakomeling met een portosystemische shunt van de fokkerij uit te sluiten. Wel wordt door de Kliniek voor Gezelschapsdieren te Utrecht afgeraden de combinatie waaruit een pup met een portosystemische shunt is geboren te herhalen.
En voeg ik er dan aan toe, is het misschien ook handig dit niet te doen met nestgenoten van deze combinatie. Hier kan alleen maar adequaat op worden ingespeeld door fokkers als andere fokkers bereid zijn hun ervaringen te delen.
Portosystemische shunt
Wat is een portosystemische shunt?
Om de afwijking ‘portosystemische shunt’ te begrijpen is het van belang te weten hoe de situatie bij een gezonde hond is. Al het bloed, dat afkomstig is uit de maag, de darmen en andere buikorganen, verzamelt zich in de poortader, die in de lever uitmondt. Met dit bloed worden alle stoffen, die in de darmen worden opgenomen, naar de lever vervoerd. Naast nuttige voedingsstoffen worden uit de darmen ook uiterst giftige stoffen in het bloed opgenomen. De lever heeft als taak de giftige stoffen uit het poortaderbloed te verwijderen, zodat die niet in het lichaam kunnen binnendringen.
Een portosystemische shunt is een bloedvat dat de poortader verbindt met de achterste holle ader, die naar het hart loopt. Zo’n shunt is normaal niet aanwezig, het is dus een extra aangelegd bloedvat.
Het gevolg van een shunt zal duidelijk zijn: het poortaderbloed stroomt grotendeels door de shunt buiten de lever om naar de achterste holle ader. Daarmee komen ook de giftige stoffen vanuit de darmen direct in het lichaam terecht. Een dier met zo’n aangeboren shunt wordt daardoor langzamerhand vergiftigd. Bovendien werkt de lever niet goed, omdat er veel minder bloed dan normaal in de lever aankomt.
Verschijnselen
De symptomen van een portosystemische shunt kunnen soms al op heel jonge leeftijd worden opgemerkt, maar het kan ook één tot anderhalf jaar duren voordat verschijnselen gezien worden. Dit betekent dus dat een fokker bij een nest pups van negen weken niet met zekerheid kan zien of één van de pups een shunt heeft. Een goed uitgevoerde ammoniak-test is de enige mogelijkheid om zekerheid te krijgen.
Niet altijd zijn de symptomen van een shunt even duidelijk en meestal vertoont één hond niet alle symptomen.
Wat zijn mogelijke verschijnselen?
1. Snel moe worden.
2. Sloom zijn.
3. Veel drinken en veel plassen.
4. Vertraagde groei, ‘achterblijvertje’.
5. Braken, soms ook diarree.
6. Blaasontsteking, persen op de urine.
7. ‘Hersenverschijnselen’.
Hersenverschijnselen houden in: kwijlen, onhandig drinken, moeilijk slikken, ‘dronken lopen’, omvallen, dwangmatige bewegingen maken (zoals in cirkels lopen of door de muur willen lopen), schijnbaar blind zijn, slecht op prikkels reageren, toevallen hebben, plotseling in slaap vallen. De verschijnselen zijn vaak wisselend in ernst; een hond kan de ene dag heel normaal lijken en de volgende dag slecht zijn. Soms is een hond vooral de eerste uren na de maaltijd ziek.
Bloedafname
Om een portosytemische shunt vast te stellen wordt een bloedonderzoek op ammoniak verricht. De hond dient hiervoor nuchter te zijn; dat wil zeggen dat hij of zij na 23.00 uur op de dag voorafgaand aan het onderzoek niet meer mag eten (ook niet drinken bij de moederhond). Het drinken van water is wel toegestaan.
De meeste dierenartsen zullen bloed afnemen uit de hals; in de meeste gevallen gaat dit snel en eenvoudig. Bij tegenstribbelende pups kan het voorkomen dat er mis geprikt wordt en de dierenarts het nogmaals zal moeten proberen. Het is daarom van belang dat pups gewend zijn vastgehouden te worden!
Bloedafname dient zeer nauwkeurig te gebeuren om foutieve uitslagen te voorkomen. De dierenarts zal hiervoor de nodige voorzorgsmaatregelen treffen.
De uitslag
Snel na het afnemen van het bloed ontvangt de fokker de uitslag. Als de pups in de universiteitskliniek in Utrecht zijn getest, krijgt de fokker de uitslag de volgende dag telefonisch. Bij de andere dierenartsen zult u over het algemeen gelijk de uitslag krijgen. Zo spoedig mogelijk na de test krijgt de fokker het testformulier met de uitslagen toegezonden. In principe moet de ammoniak-waarde onder de 45 umol/l liggen. In de praktijk wordt nader onderzoek verricht als de gevonden ammoniakwaarde 60 umol/l of hoger is. De ervaring heeft geleerd dat de overgrote meerderheid van pups met een ammoniakwaarde tussen de 45 en 60 geen shunt heeft. Daarom is de grens bij 60 umol/l gelegd. Echter: er zijn verschillende gevallen bekend van Cairn-pups met een ammoniakwaarde tussen de 50 en 60 umol/l die wél een shunt hadden. Heeft een pup dus een ammoniakwaarde, die 60 umol/l of hoger is, dan wordt standaard verder onderzoek gedaan. Voor fokkers van pups met ammoniakwaarden tussen de 50 en 60 umol/l is het nadere onderzoek niet verplicht, maar wel aan te raden.
Voor veel fokkers is het moeilijk te begrijpen dat een pup met een ammoniakwaarde van 57 umol/l wel een shunt kan hebben, terwijl een pup met een waarde van 78 umol/l dit mogelijk niet heeft. Men moet zich hierbij realiseren dat het bij deze test gaat om het meten van een uiterst kleine hoeveelheid ammoniak in het bloed. Alleen een test, welke volgens een speciale methode, zeer zorgvuldig wordt uitgevoerd, is betrouwbaar.
In de praktijk blijkt dat er bij de uitslagen tussen de 50 en 80 umol/l sprake is van een ‘grijs’ gebied: of de hond heeft een shunt en door toevallige oorzaken geen zeer sterk verhoogde ammoniakwaarde of de hond heeft geen shunt maar door toevallige oorzaken wel een enigszins verhoogde ammoniakwaarde. Alleen nader onderzoek kan in dit grijze gebied duidelijkheid verschaffen.
Nogmaals: bij een pup met een waarde vanaf 60 umol/l wordt standaard nader onderzoek verricht; voor pups met een ammoniakwaarde tussen de 50 en 60 umol/l wordt het aanbevolen.
Ammoniak-tolerantie-test
Bij pups met een verhoogde ammoniakwaarde wordt een ammoniak-tolerantie-test uitgevoerd. Allereerst wordt bij de hond een buisje bloed afgenomen voor een ammoniak-bepaling. Daarna wordt een kleine hoeveelheid ammoniak-oplossing in de endeldarm ingebracht, welke hoeveelheid bij gezonde honden door de lever wordt uitgezeefd. Na 20 en 40 minuten wordt nogmaals een buisje bloed afgenomen voor een ammoniak-bepaling. Bij gezonde dieren vindt geen stijging van de ammoniakconcentratie plaats, bij dieren met een portosystemische shunt vindt er een zeer duidelijke stijging plaats (meestal tot boven de 150 umol/l). Er is geen relatie tussen de hoogte van de ammoniakconcentratie en de grootte van de shunt of de ernst van de verschijnselen. Helaas is er ook in de ammoniaktolerantietest sprake van een ‘grijs’ gebied: heel soms vindt er een geringe verhoging van het ammoniak plaats, die hoogstwaarschijnlijk als normaal moet worden beschouwd. Het overdoen van de ammoniaktolerantietest is een mogelijkheid om uitsluitsel te krijgen of er inderdaad geen shunt aanwezig is.
De ammoniak-tolerantie-test is niet belastend voor de volwassen hond en ook niet voor een pup.
Persfusie-scan
Er is inmiddels een methode ontwikkeld waardoor met zekerheid vastgesteld kan worden of de hond een portosystemische shunt heeft: de persfusiescan.
Dit is nog geen standaardonderzoek. Als de dierenarts die de shunt-controle uitvoert een persfusiescan noodzakelijk vindt, zal hij/zij dit met u overleggen.
Tijdens een persfusie-scan (ook wel shunt-fraktiemeting genoemd) kan - indien aanwezig - de shunt zichtbaar gemaakt worden met behulp van apparatuur. Tevens kan de mate van shunting bepaald worden (dat wil zeggen: het percentage bloed dat om de lever heen stroomt wordt berekend).
De persfusiescan kan alleen in de Kliniek in Utrecht worden uitgevoerd.
Wat te doen bij een shunt?
Uiteindelijk is een portosytemische shunt dodelijk. De hond ‘groeit er niet overheen’ en de shunt gaat ook niet vanzelf dicht.
In principe zijn er twee oplossingen:
- Operatie
In principe wordt een portosystemische shunt behandeld door hem operatief af te sluiten. Tegenwoordig wordt de shunt niet altijd helemaal afgesloten, maar wel zoveel mogelijk. Het sluiten van een portosystemische shunt is specialistisch werk: te veel sluiten kan leverstuwing geven, te veel openlaten geeft onvoldoende effect.
Na een geslaagde operatie kan een hond met een portosystemische shunt een normaal leven leiden en hoeft op geen enkel terrein ontzien te worden. Men moet zich echter wel realiseren dat hoewel het dier gezond is, hij of zij nog steeds drager van de erfelijke informatie die de shunt veroorzaakte is! Gebruik van een geopereerde hond voor de fokkerij is dus volstrekt af te raden!
De kosten van een operatie bedragen overigens ongeveer € 1000,-- tot € 1200,00.
Afhankelijk van de situatie kan de behandeld dierenarts de hond tot het moment van de operatie een speciaal dieet voorschrijven.
- Euthanasie
Als om wat voor reden dan ook niet voor een operatie gekozen wordt, nadat vaststaat dat de hond aan een portosystemische shunt lijdt, is de meest reële oplossing de hond te laten inslapen, voordat de shuntverschijnselen zich gaan voordoen.
Vererving
Over het ontstaan van de portosystemische shunt is nog weinig bekend. Wel is de shunt bij vele rassen geconstateerd. De deskundigen gaan er vanuit dat er in elk geval erfelijke factoren in het spel zijn. De meest waarschijnlijke wijze van vererving voor de portosystemische shunt is de polygene overerving, dat wil zeggen dat er meer genenparen bij betrokken zijn. De vererving is daardoor een zeer ingewikkelde zaak. De resultaten van de proefparingen ondersteunen deze conclusie. Zolang er nog geen 100% duidelijkheid is over de wijze van vererving van de portosystemische shunt wordt fokkers vooralsnog niet het advies gegeven een ouderdier met een nakomeling met een portosystemische shunt van de fokkerij uit te sluiten. Wel wordt door de Kliniek voor Gezelschapsdieren te Utrecht afgeraden de combinatie waaruit een pup met een portosystemische shunt is geboren te herhalen. Thans is men druk bezig met de voorbereidingen voor DNA onderzoek naar de shunt.
bron: http://www.bernersennenhond.nl/www/nede ... /frame.htm" onclick="window.open(this.href);return false;
Groetjes,
Mariëtte
Ylva 24-10-2013
Sybèl 09-04-2016
Freya 12-10-2016
Mariëtte
Ylva 24-10-2013
Sybèl 09-04-2016
Freya 12-10-2016
- CKS
- Zeer actief
- Berichten: 3442
- Lid geworden op: 23 sep 2006 04:51
Re: info ivm levershunt
Mijn vriendin heeft ongeveer een half jaar geleden een Yorky met levershunt geopereerd (en ik mocht helpen, ik heb uiteindelijk 'het ringetje' geplaatst
). Afhankelijk van het type shunt, is de operatie zelf technisch niet heel moeilijk. Maar alles om de operatie zelf heen is wel zeer riskant! Na de operatie heeft het hondje in kwestie 48 uur echt intensive care behandeling gekregen. Alles is geslaagd en Robbie is nu een perfect gezonde vrolijke Yorkie die gewoon alles mag doen en eten. Ik zal kijken of ik binnenkort even tijd heb om wat fotos te plaatsen, ok?
Groetjes,
Kees
Groetjes,
Kees
- Marjoleine
- Zeer actief
- Berichten: 53089
- Lid geworden op: 02 sep 2004 14:18
- Mijn ras(sen): Friese en Cubaanse hounen
- Locatie: de polder
- Contacteer:
Re: info ivm levershunt
O?Telgter Toller schreef:levershunt is mijns inziens niet rasgebonden.
Daar denk ik anders over, aangezien er rassen zijn waar het niet voorkomt en rassen waar het veel voorkomt.
En zodra dat het geval is, is er sprake van erfelijke factoren en kan het dus "in een ras zitten".
Dat is toch wat rasgebonden is? Maar misschien bedoelde je dat ook?
Deze quote uit je eigen posting zegt dat ook:
En zodra er sprake is van erfelijkheid, is het dus iets om in de gaten te houden in een ras.De deskundigen gaan er vanuit dat er in elk geval erfelijke factoren in het spel zijn.
Waarschijnlijk (dat stond ook ergens in je quote) is het polygeen, dus je moet niet meteen alles uitsluiten, maar wel de lijnen waar zoiets uit voort is gekomen uit elkaar houden.
Ik heb er bij de lagotto niet van gehoord, dus ga er van uit dat het zeldzaam is.
Zorg voor een heel lage inteelt, dan houd je de risico's zo laag mogelijk.
Lage inteelt is iets dat natuurlijk altijd van belang is trouwens maar dat veel fokkers niet willen omdat ze type boven gezondheid stellen.
- CKS
- Zeer actief
- Berichten: 3442
- Lid geworden op: 23 sep 2006 04:51
Re: info ivm levershunt
Klopt, Yorkshire terrier is het ras dat geloof ik het meeste risico loopt. Daarentegen is er ook een variant die pas op latere leeftijd ontstaat, secundair aan andere problemen. Ik weet even niet meer precies hoe dat zit, maar hoe dan ook, dat is uiteraard niet erfelijk. Maar de huis-tuin-en-keuken porta-cava shunt lijkt wel degelijk behoorlijk erfelijk en deels rasgebonden te zijn.Marjoleine schreef: Daar denk ik anders over, aangezien er rassen zijn waar het niet voorkomt en rassen waar het veel voorkomt.
Aan de andere kant is de Lagotto niet zo'n groot ras, dus wellicht komt het vaker voor dan we weten, gewoon omdat het niet snel opvalt? Qua inteelt ben ik het uiteraard geheel met je eens.Ik heb er bij de lagotto niet van gehoord, dus ga er van uit dat het zeldzaam is.
Zorg voor een heel lage inteelt, dan houd je de risico's zo laag mogelijk.
Lage inteelt is iets dat natuurlijk altijd van belang is trouwens maar dat veel fokkers niet willen omdat ze type boven gezondheid stellen.
Groetjes,
Kees
- carine
- Zeer actief
- Berichten: 2445
- Lid geworden op: 27 mei 2007 11:06
- Mijn ras(sen): Lagotto Romagnolo of Italiaanse waterhond
- Aantal honden: 2
- Locatie: merksem
- Contacteer:
Re: info ivm levershunt
de Lagotto is idd een klein ras, we komen wel "ongewenste dingen " tegen daardoor maar volgens mij is het de eerste keer dat we horen van een levershunt...
denk dat ik een item heb voor de fokkersvergadering...
denk dat ik een item heb voor de fokkersvergadering...
carine, giorgio,juno, nigra (+) en de knabbelbeesten

http://www.lagottoromagnolo.be
http://www.bloggen.be/giorgio
http://www.bloggen.be/lagotto

http://www.lagottoromagnolo.be
http://www.bloggen.be/giorgio
http://www.bloggen.be/lagotto
