- Er is niks verontrustends aan de hand
- Hij moet probiotica hebben (vader wist dus niet meer waarom, héérlijk helder)
- Hij moet brokken eten (Ik wist dat dit ging komen
Ik ga zo wel even heen, de laatste rekening halen, die probiotica (en vragen waarom). De brokken laten we maar mooi staan (er was thuis al weer ruzie over)









