1. De eerste ontmoeting. Die was, op z'n zachtst gezegd, apart. Ik liep samen met Sanne het ballenveld over en daar stond je. Met een hond. We waren allebei direct blij voor je, je had je maatje al zo snel gevonden. En wat was hij mooi! We konden direct al zien, dat hij dat ook van zichzelf vond; borst vooruit, kop omhoog. We moesten nog lachen om het feit dat jij nooit een dominante hond had gewenst, maar ach, hij was voor de rest toch oké? Ik maakte Binky los van de lijn en Binky rende naar Beau en jou toe. Beau begon echter ineens te trekken, te blaffen en te grommen, hij was echt eng. Binky stormde terug en jij riep dat je wel zou bellen. En dan de laatste ontmoeting, gisteren. Beau komt op ons af rennen, begroet mij en Binky, snuffelt wat en maakt spelbuigingen voor Binky. Ik moest weer lachen, wat is hij toch veranderd. Van duivel naar engel.
2. Waar Beau helemaal flipte in de bus, begon te blaffen toen de bus vooruit ging, gromde naar mensen die je passeerde in het gangpad en helemaal los ging als de deuren open gingen.. Zo zit hij nu braaf aan je voeten, laat zich aanhalen door mensen en wacht geduldig tot hij die opengaande deuren door mag.
3. De eerste keer los van Beau. Ik liep met Nol door het park en zag Beau.. Los. En jou zag ik niet. Toen Beau ons al grommend en blaffend gepasseerd was (wat al een wonder opzich was toen), kwam jij ons 5 minuten later tegen; of we Beau hadden gezien. Die dag daarop, kwam je naar me toe, dat hij wel anderhalf uur de benen had genomen, telkens als hij je zag was weggerend en hij wel 3 honden was aangevlogen en de rest grommend en blaffend was gepasseerd. Je was er heilig van overtuigd dat Beau nooit meer los kon. Ik zei je nog, dat hij de naam Beagle eer aan deed maaje was al bezig Beau uit de nek van de gepasseerde herder te slepen. Je riep nog even dat het nooit meer goed kwam. En nu zie ik jou, met alleen de riem, en Beau die er keurig achterna hobbelt. Afentoe ben je hem wel ens kwijt, maar nooit meer langer dan 5 minuten. En ach, Beagle is hij immers nog steeds.
Ik moet zo verschrikkelijk lachen, want ja, zo was hij echt. En ik heb zó veel fouten gemaakt dat ik nu blij ben dat ik dit lees: toch nog iets goed gedaan. Ach, rare, knappe, lieve vent. Hij is het waard

















