Met toestemming van
Bron Dieren EHBO spijsvertering
www.bullen-en-baasjes.nl
De spijsvertering
De functie van het spijsverteringsstelsel is het opgenomen voedsel zodanig voorbewerken en verkleinen, dat het de darmwand kan passeren en in het bloed kan worden opgenomen.
Zo komt het lichaam aan brand - en bouwstoffen.
als voedsel wordt verteerd valt het uiteen in een aantal elementaire voedingsstoffen.
We onderscheiden de volgende elementaire voedingsstoffen:
>Eiwitten(bouwstoffen, b.v. vlees)
>Koolhydraten(brandstoffen, b.v. zetmeel)
>Vetten (brandstoffen, reserve voedsel)
>Vitaminen
>Mineralen (bouwstoffen)
Bovendien bevat voedsel water.
De spijsverteringsorganen verschillen in sterke mate bij verschillende diersoorten, afhankelijk van het voedsel dat zij eten.
Naar voedselbehoefte onderscheiden we:
>Vleeseters of carnivoren (b.v. hond of kat)
Vlees en andere dierlijke delen worden in het algemeen snel verteerd.
Daarom hoeft het voedsel maar weinig gekauwd te worden en kan het snel worden weggeslikt.
De maag is in verhouding klein en de darm is kort( plus minus 5 meter).
Vlees is zeer eiwitrijk voedsel.
>Planteneters of Herbivoren (b.v. paard, rund , konijn)
Planten zijn vanwege hun harde delen moeilijk te verteren.
Er is een uitgebreide voorbewerking nodig op plantendelen zodanig te maken dat zij gereed zijn om door het lichaam te worden opgenomen.
Herkauwers (rund,schaap,hert)bezitten daartoe een uitgebreid magensysteem oprispen en opnieuw kauwen (herkauwen).
Daarnaast beschikken zij over een darmstelsel van grote lengte.
Plantaardig voedsel bevat naast veel harde, moeilijk te verteren delen, ook veel zetmeel.
>Alleseters of omnivoren (b.v. varken, de mens)
Alleseters eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel.
Hun spijsverteringsorganen houden dan ook het midden tussen die van planteneters en van vleeseters, ook qua lengte van het darmstelsel.
Hieronder volgt een schema van de weg, die het voedsel aflegt en de bewerking, die het ondergaat alvorens in het bloed te worden opgenomen.
Orgaan: Mond
Toevoeging: Speeksel
Bewerking: In de mond wordt het voedsel gekauwd om het te verkleinen en te mengen met speeksel.
Speeksel verteert zetmeel.
Daarom voegen vooral herkauwers veel speeksel aan het voedsel toe.
Het voedsel van vleeseters bevat weinig zetmeel.
Daarom doet hun speeksel voornamelijk dienst als "glijmiddel" en hoeven ze hun voedsel niet goed te kauwen.
Orgaan: Keel
Toevoeging:
Bewerking: In de keel wordt het voedsel doorgeslikt.
Tijdens het slikken sluit het strottenklepje het strottenhoofd af, zodat er geen voedsel in de luchtpijp terecht komt.
Orgaan: Slokdarm
Toevoeging:
Bewerking:Door de samentrekking van slokdarmwand (peristaltiek) wordt het voedsel naar de maag getransporteerd.
Orgaan: Maag
Toevoeging: Maagsappen
Bewerking:Door de samentrekking van de maag worden de maagsappen door het voedsel gekneed.
Maagsappen bevorderen de vertering van eiwitten en vetten.
Bij Herkauwers komt het voedsel pas na het kauwen in de eigenlijke maag.
Orgaan:Portierspier
Toevoeging:
Bewerking:Deze spier zorgt ervoor dat slecht voldoende voorbewerkte voedsel delen vanuit de maag de darmingang kunnen passeren.
Orgaan: Dunne Darm
Toevoeging:Altvleeskliersappen,gal en darmsappen
Bewerking:De dunne darm bestaat uit verscheidene delen.
In het eerste deel, de twaalfvingerige darm, mondt een afvoergang van de altvleesklier uit.
Hier word dus altvleeskliersap aan de voedselbrei toegevoegd.
In het tweede deel mondt de afvoergang van de galblaas uit.
Hier wordt gal toegevoegd.
Gal wordt door de lever geproduceerd en in de galblaas opgeslagen.
Via de galafvoergang komt de gal dan in de darm terecht.
Gal speelt een rol bij de vertering van vetten.
In de dunne darm vindt een zeer belangrijk deel van de vertering plaats, o.m. met behulp van het darmsap.
Wanneer het voedsel volledig is verteerd worden de voedingsstoffen, via de darmwand, opgenomen in het bloed.
De niet- verteerbare stoffen worden verder getransporteerd.
Orgaan: Dikke Darm
Toevoeging:
Bewerking:In de dikke darm worden o.a. water en vitaminen, die daar werden vervaardigd, aan de darminhoud onttrokken.
Hier vindt ook nog, en vooral bij planteneters en alleseters, de eindvertering van ruwe plantendelen plaats.
Dit gebeurt met behulp van (nuttige) bactieeren , die de zogenaamde darmflora vormen.
De ingedikte ontlasting wordt van tijd tot tijd naar het laatste deel van de dikke darm, de endeldarm, doorgeschoven.
Het dier krijgt daardoor "aandrang", waarna de ontlasting uit het lichaam wordt verwijderd.
Als het voedsel de dikke darm te snel passeert, is er geen tijd om het water op te nemen zien we diarree (te natte ontlasting).
Honden en katten hebben vlak bij de anus twee klieren liggen, de anaalklieren.
Deze klieren, die ter weerszijden van de anus uitmonden, vormen een product dat sterk riekt en per stoelgang aan de ontlasting wordt toegevoegd.
Dit klierprodukt geeft de "eigen" geur aan de ontlasting en de anus van elk afzonderlijk dier.
In de wand van de dunne darm loopt een net werk van haarvaatjes.
Het bloed dat hierdoor heen stroomt neemt voedingsstoffen uit de darm op.
Na de haarvaatjes te zijn gepasseerd verzamelt het bloed zich in de poortader, die naar de lever leidt.
De lever is een complete scheikundige fabriek.
Hij bewerkt de door het bloed aangevoerde stoffen zodanig, dat ze door het lichaam kunnen worden gebruikt.
Giftige stoffen worden uit het bloed gefilterd en zo mogelijk onschadelijk gemaakt.
Nuttige stoffen, zoals sommige suikers (=koolhydraten), ijzer en vitaminen kunnen er worden opgeslagen.
De lever maakt ook eiwitten en gal aan.
Via de lever verzamelt het bloed zich in de lichaamsader (=holle ader)
en gaat aldus naar het hart.
De lymfe die de cellen van de darmwand omspoelt, neemt vetten op.
Via de lymfevaten komt deze lymfe met vetten terecht in diezelfde lichaamsader, die uitmondt in het hart
Vanuit het hart wordt het bloed met de voedingsstoffen naar alle delen van het lichaam gepompt.
Maag, lever en darmen liggen in de buikholte; de maag voorin links, de lever voorin rechts.
Tegen de maag aan ligt de milt.
De milt is geen spijsverterings orgaan.
Hij is een bloedresrvoir en kan bepaalde bloedcellen aanmaken.
_________________