Hieronder even 2 stukjes over castratie.
HAP-Congres
Joyce Jackl
Begin oktober gingen Wil van Nuffelen, Henri Bentzon, Elly Stok en Joyce Jackl voor de tweede keer naar het HAP-congres. De sprekers van die dag waren Rudy de Meester, een dierenarts uit België (over de maatschappelijke problematiek rond de fokkerij van agressieve honden en over hyperactieve honden), Prof. Jan van Hooff (over het ontstaan en de functie van dominantie), gedragstherapeut Klaas Weinberg (over de Stap-Contact methode), hondentrainers Joachim van Beek en Bart Bellon (beiden over elektronisch trainen) en Sacha Gaus (over opvoeden volgens de clicker methode). Roger Mugford tenslotte, een Engelse psycholoog/zoöloog, hield een lezing over het effect van castratie op gedrag.
Toen ik in februari van dit jaar in New York een hondenshow bezocht, lag er in de stand van de Amerikaanse Kennel Club (AKC) een grote stapel folders over de noodzaak van het castreren van honden. De AKC hamert hier al jaren op en noemt het de plicht van iedere ‘responsible dogowner’ om zijn of haar hond te castreren zodra er met de hond niet wordt gefokt. In Amerika worden pups al heel jong gecastreerd (teven zowel als reuen), vaak al voordat ze een paar maanden oud zijn. De pupkoper wordt hier meestal contractueel toe verplicht. Het is een praktijk waarover in Nederland meestal fronsend wordt gesproken. Dr. Mugford verklaarde het Amerikaanse standpunt over castratie uit het gegeven dat er per jaar in de Verenigde Staten bijna 1 miljoen ongewenste honden worden afgemaakt. Men heeft daar een enorm zwerfhondenprobleem. Dat bestaat in die mate in Europa niet, en daarom vindt Mugford dat er kritisch naar de voors en tegens van het castreren moet worden gekeken.
Wat is castratie?
Bij de reu worden chirurgisch beide testikels verwijderd; bij de teef worden de baarmoeder en de eierstokken weggehaald. In beide gevallen worden er dus organen weggenomen die geslachtshormonen produceren. Hoewel de ingreep bij de teef meestal ‘sterilisatie’ wordt genoemd, is er in technische zin sprake van castratie. Een reu kan worden gesteriliseerd door de zaadleiders door te knippen. Hij is dan onvruchtbaar, zonder dat dat effect heeft op de hormoonhuishouding.
Mugford constateert dat de castratie van honden de meest uitgevoerde operatie in kleine huisdierenpraktijken is. Het is vreemd dat er desondanks weinig wetenschappelijke literatuur bestaat over de effecten van deze meestal niet-spoedeisende ingreep. Toch lijkt de meerderheid van de dierenartsen en vertegenwoordigers van dierenbeschermingsorganisaties voorstander te zijn van castratie van zoveel mogelijk gezelschapsdieren.
Wat is een goede reden om te castreren?
Bij reuen worden gedragsproblemen vaak als reden voor castratie genoemd. Bij een aantal specifieke problemen kan dat inderdaad helpen:
• markeren (overal poot optillen, ook in huis);
• agressiviteit ten opzichte van andere reuen;
• weglopen;
• overdreven en ongewenst seksueel getint gedrag (rijden op mensen en andere honden).
De AKC noemt in zijn folder als voordeel van het castreren van reuen: geen testikelkanker en minder kans op prostaatkanker. Om de eigenaar ‘over de streep’ te trekken stelt de AKC dat castratie het gedrag niet verandert en dat geen sprake is vangewichtstoename. Mugford laat van deze argumenten niet veel heel. Volgens hem zijn de nadelen van castratie:
• dikker worden;
• afnemen van spiermassa;
• ongewenste persoonlijkheidsverandering (door de eigenaar vaak als ‘luiheid’ omschreven); sommige reuen blijven na castratie op jonge leeftijd altijd druk puppy gedrag vertonen;
• huid- en vachtveranderingen (zachte, krullerige ondervacht);
• minder leervermogen;
• effecten op skelet, gebit en tandvlees;
• hormonale veranderingen.
Bij de teef is castratie de enige oplossing bij een baarmoederontsteking en ernstige schijnzwangerschap. Vaak wordt geclaimd dat het zou helpen tegen tumoren van de melkklieren (mamma tumoren). Mugford onderkent dit maar zet vraagtekens bij de veronderstelde 7-voudige verminderde kans op mammatumoren.
De AKC claimt dat gecastreerde teven vaak gezonder zijn en langer leven dan ongecastreerde.
Mugford stelt dat castratie van de teef waarschijnlijk minder effect op het gedrag heeft dan bij de reu. Echter, een aantal van de nadelen van castratie bij de reu gelden ook voor de teef:
• gewichtstoename door een verandering in de verhouding tussen vetweefsel en spierweefsel;
• veranderingen van huid en vacht;
• persoonlijkheidsveranderingen en waarschijnlijk ook een bepaalde mate van vermindering van het leervermogen. Er lijken aanwijzingen te zijn dat sommige teven na castratie juist agressiever worden.
Als grootste nadeel noemt Mugford de 20% van alle gecastreerde teven die incontinent wordt, dat wil zeggen dat die lijden aan urineverlies. Daar kunnen weliswaar medicijnen tegen worden gegeven, maar dat moet dan gedurende het hele leven van de hond en er zijn bijwerkingen.
Mugford stelt de vraag of het enorme aantal chirurgische ingrepen de relatief geringe positieve effecten van castratie rechtvaardigt. Hij herinnert ons er aan dat er zoveel honden van de fokkerij worden uitgesloten (onder andere door agressieve castratiecampagnes) dat de genenpool van rashonden dramatisch is verkleind.
De inteelt die hiervan het gevolg is, heeft een rampzalige toename van erfelijke aandoeningen tot gevolg.
Inteeltdepressie zelf veroorzaakt een alarmerende toename van kankers bij honden, huidproblemen, afwijkingen aan het skelet en neurologische c.q. gedragsafwijkingen.
Dit zijn allemaal problemen die veroorzaakt worden door een doorgeslagen selectie en door een te grote controle op het voortplantingsgedrag van honden. Is het ongelimiteerde gebruik van een scalpel voor geboortebeperking misschien niet net zo wreed als het overtrainen van een hond?
Gedragsdeskundigen dienen goed op de hoogte te zijn van alle complexe ethische, medische en gedrags aspecten voordat een cliënt geadviseerd kan worden een hond te laten castreren.
gewichtstoename. Mugford laat van deze argumenten niet veel heel. Volgens hem zijn de nadelen van castratie:
• dikker worden;
• afnemen van spiermassa;
• ongewenste persoonlijkheidsverandering (door de eigenaar vaak als ‘luiheid’ omschreven); sommige reuen blijven na castratie op jonge leeftijd altijd druk puppy gedrag vertonen;
• huid- en vachtveranderingen (zachte, krullerige ondervacht);
• minder leervermogen;
• effecten op skelet, gebit en tandvlees;
• hormonale veranderingen.
Bij de teef is castratie de enige oplossing bij een baarmoederontsteking en ernstige schijnzwangerschap. Vaak wordt geclaimd dat het zou helpen tegen tumoren van de melkklieren (mamma tumoren). Mugford onderkent dit maar zet vraagtekens bij de veronderstelde 7-voudige verminderde kans op mammatumoren.
De AKC claimt dat gecastreerde teven vaak gezonder zijn en langer leven dan ongecastreerde.
Mugford stelt dat castratie van de teef waarschijnlijk minder effect op het gedrag heeft dan bij de reu. Echter, een aantal van de nadelen van castratie bij de reu gelden ook voor de teef:
• gewichtstoename door een verandering in de verhouding tussen vetweefsel en spierweefsel;
• veranderingen van huid en vacht;
• persoonlijkheidsveranderingen en waarschijnlijk ook een bepaalde mate van vermindering van het leervermogen. Er lijken aanwijzingen te zijn dat sommige teven na castratie juist agressiever worden.
Als grootste nadeel noemt Mugford de 20% van alle gecastreerde teven die incontinent wordt, dat wil zeggen dat die lijden aan urineverlies. Daar kunnen weliswaar medicijnen tegen worden gegeven, maar dat moet dan gedurende het hele leven van de hond en er zijn bijwerkingen.
Mugford stelt de vraag of het enorme aantal chirurgische ingrepen de relatief geringe positieve effecten van castratie rechtvaardigt. Hij herinnert ons er aan dat er zoveel honden van de fokkerij worden uitgesloten (onder andere door agressieve castratiecampagnes) dat de genenpool van rashonden dramatisch is verkleind.
De inteelt die hiervan het gevolg is, heeft een rampzalige toename van erfelijke aandoeningen tot gevolg.
Inteeltdepressie zelf veroorzaakt een alarmerende toename van kankers bij honden, huidproblemen, afwijkingen aan het skelet en neurologische c.q. gedragsafwijkingen.
Dit zijn allemaal problemen die veroorzaakt worden door een doorgeslagen selectie en door een te grote controle op het voortplantingsgedrag van honden. Is het ongelimiteerde gebruik van een scalpel voor geboortebeperking misschien niet net zo wreed als het overtrainen van een hond?
Gedragsdeskundigen dienen goed op de hoogte te zijn van alle complexe ethische, medische en gedrags aspecten voordat een cliënt geadviseerd kan worden een hond te laten castreren.
Van gewichtstoename. Mugford laat van deze argumenten niet veel heel. Volgens hem zijn de nadelen van castratie:
• dikker worden;
• afnemen van spiermassa;
• ongewenste persoonlijkheidsverandering (door de eigenaar vaak als ‘luiheid’ omschreven); sommige reuen blijven na castratie op jonge leeftijd altijd druk puppy gedrag vertonen;
• huid- en vachtveranderingen (zachte, krullerige ondervacht);
• minder leervermogen;
• effecten op skelet, gebit en tandvlees;
• hormonale veranderingen.
Bij de teef is castratie de enige oplossing bij een baarmoederontsteking en ernstige schijnzwangerschap. Vaak wordt geclaimd dat het zou helpen tegen tumoren van de melkklieren (mamma tumoren). Mugford onderkent dit maar zet vraagtekens bij de veronderstelde 7-voudige verminderde kans op mammatumoren.
De AKC claimt dat gecastreerde teven vaak gezonder zijn en langer leven dan ongecastreerde.
Mugford stelt dat castratie van de teef waarschijnlijk minder effect op het gedrag heeft dan bij de reu. Echter, een aantal van de nadelen van castratie bij de reu gelden ook voor de teef:
• gewichtstoename door een verandering in de verhouding tussen vetweefsel en spierweefsel;
• veranderingen van huid en vacht;
• persoonlijkheidsveranderingen en waarschijnlijk ook een bepaalde mate van vermindering van het leervermogen. Er lijken aanwijzingen te zijn dat sommige teven na castratie juist agressiever worden.
Als grootste nadeel noemt Mugford de 20% van alle gecastreerde teven die incontinent wordt, dat wil zeggen dat die lijden aan urineverlies. Daar kunnen weliswaar medicijnen tegen worden gegeven, maar dat moet dan gedurende het hele leven van de hond en er zijn bijwerkingen.
Mugford stelt de vraag of het enorme aantal chirurgische ingrepen de relatief geringe positieve effecten van castratie rechtvaardigt. Hij herinnert ons er aan dat er zoveel honden van de fokkerij worden uitgesloten (onder andere door agressieve castratiecampagnes) dat de genenpool van rashonden dramatisch is verkleind.
De inteelt die hiervan het gevolg is, heeft een rampzalige toename van erfelijke aandoeningen tot gevolg.
Inteeltdepressie zelf veroorzaakt een alarmerende toename van kankers bij honden, huidproblemen, afwijkingen aan het skelet en neurologische c.q. gedragsafwijkingen.
Dit zijn allemaal problemen die veroorzaakt worden door een doorgeslagen selectie en door een te grote controle op het voortplantingsgedrag van honden. Is het ongelimiteerde gebruik van een scalpel voor geboortebeperking misschien niet net zo wreed als het overtrainen van een hond?
Gedragsdeskundigen dienen goed op de hoogte te zijn van alle complexe ethische, medische en gedrags aspecten voordat een cliënt geadviseerd kan worden een hond te laten castreren.
Sterilisatie (Castratie)
Graag geven wij een toelichting waarom wij een streng beleid hebben als het om sterilisatie gaat.
In de volksmond zegt men dat een teef gesteriliseerd en een reu gecastreerd wordt.
Eigenlijk is dat niet correct.
Bij het verwijderen van de geslachtsorganen praat men over een castratie.
Aangezien er bij de teef de baarmoeder en eierstokken worden verwijderd is het dus een castratie.
Wij komen steeds vaker tegen dat een dierenarts adviseert om een hond te laten castreren.
Dat kan zijn om gedragsproblemen, medische redenen maar vooral als preventie.
Door een sterilisatie ontstaan er geen Baarmoeder- of eierstokproblemen meer, er is geen loopsheid of schijnzwangerschap meer, de kans op melkklierkanker wordt verminderd en het verminderd de kans op suikerziekte.
Bij reuen beperk je prostaatvergroting, Teelbalkanker en voorhuidontstekingen.
Deze dierenartsen verklaren dat de sterilisatie het beste rond de 5de maand gedaan kan worden.
Bij teven dus voor de eerste loopsheid.
Het lijkt dus een mooie oplossing om veel problemen te voorkomen.
Maar zoals bij alles heeft een castratie ook nadelen.
En het zijn deze nadelen die wij zwaarder vinden wegen dan de voordelen die grotendeels voor ons onbegrijpelijk zijn.
Het voorkomen van kanker is natuurlijk een fijne zaak maar je kunt je dan ook afvragen of je dan niet gelijk alles moet verwijderen want kanker komt in vele vormen voor.
Daarnaast is ook een verantwoordelijkheid nodig van de fokkers en hondeneigenaren om beter naar de achtergrond van een hond te kijken.
Veel medische problemen zijn rasgebonden.
Er zou dus door een hondeneigenaar gezocht moeten worden naar een fokker die de verantwoordelijkheid neemt en de ouders voor de rasgebonden afwijkingen laat testen of dieren met deze medische problemen uitsluit van de fok.
Het is opvallend dat er teven zijn die pups voortbrengen die vaak al rond de 6de maand baarmoeder- of blaasproblemen hebben.
De natuurlijke selectie hebben wij als mens afgenomen.
De hond kan zelf niet meer bepalen of een pup mag blijven leven.
Of de hond heeft het instinct niet echt meer of de mens haalt het jong weg en brengt het desnoods met de hand groot.
De zwakke factoren worden in stand gehouden.
Daar ligt dus de kern.
Maar vooral de manier waarop er gedacht wordt over een ingreep als een sterilisatie.
Mensen beseffen niet dat zij hun dier wel eens zouden kunnen verliezen tijdens de operatie.
Een buikoperatie is niet zomaar iets.
En vaak horen wij dat de hond het perfect doet.
Maar dit is gemeten in mensengevoelens.
Wij zouden niet zomaar uit bed klimmen, sterker nog, het zou niet eens mogen.
Maar een hond is een dier met een instinct en ziek of zwak zijn kan dodelijk zijn of je rang kosten.
Zo is het in hondentaal.
De hond moet.
En de hond moet al zoveel.
Er zijn nog een paar nadelen te noemen.
Hormonen zijn noodzakelijk bij de ontwikkeling van het lichaam en het geestelijk gestel van een dier.
Ik heb nog nooit een antwoord van een dierenarts gekregen waar ik iets mee kan.
Wat zijn die gevolgen als je een hond zo jong laat castreren ?
En hoe kun je dat meten ?
Wie zegt dat de hond niet langer had geleefd als zijn ontwikkeling niet was verstoord?
Op gedragsgebied wordt nu het hoofd wel gebogen.
Er is dus duidelijk aan te tonen dat hormonen op die leeftijd belangrijk zijn.
Een teef kan namelijk door een tekort aan het hormoon oestrogeen dominanter worden en in sommige gevallen zelfs agressief.
Een dominante teef kan na een sterilisatie dus grotere problemen veroorzaken.
Maar een onderdanige teef kan daarin tegen opeens een dominant gedrag geven waar een hondeneigenaar niet op berekend is.
Het hoeft geen probleem te zijn als de hondeneigenaar stevig in de schoenen staat maar binnen gezin waar een lieve hond opeens dominant gedrag geeft kan dit ernstige problemen veroorzaken.
Zeker als er kleine kinderen in het spel zijn.
Bij reuen heeft het hormoon testosteron een grote invloed.
Al tijdens de zwangerschap is dit hormoon actief.
Het bepaald het gedrag van de reu in het echte leven.
Bijvoorbeeld het oplichten van de poot bij het plassen geeft een rangorde aan.
Soms kan dit hormoon op invloed op de teef hebben en zie je bijvoorbeeld teven die hun poot optillen bij het plassen of gaan rijden.
Doordat een reu dus zo sterk onder invloed van de Testosteron staat zijn veranderingen binnen het gezin vaak al genoeg aanleiding om gedragsveranderingen te geven.
Deze mogelijkheid moet dan ook zeer grondig bekeken worden voordat men over een castratie praat.
Daarnaast kunnen reuen een soort 'chemische" castratie krijgen.
De reu krijgt dan het vrouwelijke hormoon toegediend.
Heeft de reu duidelijke gedragsveranderingen dan kan men stellen dat het hormoon Testosteron grote invloed op het gedrag heeft.
Men moet echter nooit onderschatten wat aandachtsoefeningen of training kan doen.
Een goede band tussen hondeneigenaar en de hond is vaak net zo doorslaggevend als een castratie.
Men moet dan wel bereid zijn om de hond als wolf en als individu te leren kennen.
Bent u al een beetje op weg om onze motivatie te begrijpen ?
Anders geef ik u graag nog wat extra nadelen.
"In sommige gevallen kunnen teven onzindelijk worden maar dit kan met medicijnen vaak totaal of gedeeltelijk verdwijnen"
U loopt dus het risico om een onzindelijke hond in huis te krijgen.
En de hond is pas 5 maanden.
En de hond kan nog wel 10 jaar mee.
Onze herplaatsingen hebben ook gedeeltelijk met deze onzindelijkheid te maken.
Mensen vinden dit vaak een aanleiding om de hond dan maar te herplaatsen.
Een vreselijk gevolg voor de hond.
Vooral omdat het risico volgens dierenartsen te verwaarlozen was en anders zijn er altijd nog medicijnen.
Maar ook gewichtstoename is een nadeel.
Over het algemeen zegt men dat een teef ongeveer 10 tot 20% minder eten nodig heeft.
Dit geldt ook voor de reu.
Naast dit alles kunnen er ook nog vachtproblemen ontstaan.
Dit kan bijvoorbeeld structuurverandering of haaruitval zijn.
De hormonen hebben invloed op de eiwitsynthese die verantwoordelijk is voor de haargroei.
Langzaam ontstaat er zo een lijst met punten waar men serieus over na moet denken.
Maar vooral de reden is van belang.
Wij hebben in ons contract de voorwaarde dat bij medische redenen iemand toestemming krijgt voor een castratie.
Maar wij willen eerst de motivatie weten.
Een castratie mag NOOIT als de oplossing gezien worden.
In sommige gevallen is het een ondersteuning maar in de meeste gevallen is de castratie om de hondeneigenaar gemakkelijk te maken.
Een motivatie waar wij niet achter staan.
Nicky van Loveren
bron:
http://www.lagulalupis.nl/index.php