Bij de beoordeling van HD-foto's wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de kommen, de aansluiting van de koppen in de kommen en de aanwezigheid van eventuele botwoekeringen langs randen van de gewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde".
De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen is dus minstens 30.
Norbergwaarde - toelichting bij illustratie.
Van beide heupkoppen [1] wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden door een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom [2] getrokken. De hoek die beide lijnen in het middelpunt met elkaar maken, min 90 graden, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht [3]. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden" die op het rapport vermeld is.
Aansluiting
Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (dat wil zeggen dat de zogenaamde gewrichtsspleet niet overal even breed is) of een onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht) positieve beoordeling. Op het formulier wordt dit duidelijk gemaakt door het aankruisen van "slechte aansluiting".
Botafwijkingen
Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van "botafwijkingen". Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de botafwijkingen en de uitslag.
Vormveranderingen
De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld maar heeft over het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de definitieve beoordeling.
HD-beoordeling
Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het meest ongunstige onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-beoordeling kan ook gebaseerd zijn op uitsluitend de diepte van de heupkommen, op de aansluiting van de gewrichtsdelen, op de aanwezigheid van botwoekeringen of op een combinatie van twee of alle drie onderdelen. Dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het HD-rapport vermeld zijn.
Een norbergwaarde van 28 is dus eigenlijk iets te laag voor een "normaal" heupgewricht, maar aangezien de beoordeling HD-A is denk ik niet dat je je heel veel zorgen moet maken.
Zorg gewoon dat de spieropbouw goed blijft.