Herfstuitbraak kennelhoest
Geplaatst: 06 okt 2004 16:01
Een herfstuitbraakje van de kennelhoest
Door HARRY VAN DER PLOEG
OOSTERBEEK - Honden gaan steeds vaker op stap met andere honden, constateert de Oosterbeekse dierenarts Ernst Eicher. "Dan kunnen ze kennelhoest krijgen, maar ze hoeven er niet voor in een kennel te hebben gezeten."
De laatste tijden heeft Ernst Eicher er opvallend vaak mee te maken in zijn praktijk aan de Utrechtseweg in Oosterbeek: honden met kennelhoest. Daarom heeft hij een waarschuwend doen uitgaan naar de 'vrouwtjes of baasjes' van zijn patiënten.
"De ziekte gaat gepaard met een ontsteking van de slijmvliezen van de luchtwegen, wat zich uit in veelvuldig de keel schrapen. Ik krijg vaak te horen dat de mensen denken dat hun hond wat in de de keel heeft. De honden kunnen zelfs gaan braken. Hoesten kan ook voorkomen, maar dat hoeft niet."
Kennelhoest noemt hij het. "Het heerst nu echt. Een uitbraakje, passend bij de herfst. Maar de naam is ietwat verwarrend. Het is namelijk niet nodig dat de hond in een echte kennel heeft gezeten om de ziekte op te lopen." Een dagje op stap met een paar andere honden kan genoeg zijn, aldus Eicher. "Honden gaan tegenwoordig vaker met elkaar op stap: met de hondenuitlaatservice, tijdens cursussen of bij een verblijf in het pension tijdens de vakantieperiode. Daarmee groeit de kans op besmetting."
Voorkomen is beter dan genezen, geldt hier als stokoud motto. "Er zijn twee veroorzakers van deze ziekte: een op de griep lijkend parainfluenzavirus en een bordetellabacterie, die erg op kinkhoest lijkt." De afweer tegen het virus zit standaard in de grote cocktail die de honden jaarlijks dienen te krijgen toegediend. "De boredetellabacterie steekt echter ook steeds vaker de kop op. Daar valt iets tegen te doen, er zijn inmiddels twee goede vaccins tegen."
Hij haalt een doos tevoorschijn met een middel dat in de neus gespoten kan worden. "Dat is voor als er haast bij is, dat zit gelijk in de luchtwegen en biedt na een of twee dagen bescherming."
Het toedienen levert wel problemen op. "Een eerste keer hebben ze het niet in de gaten, de tweede keer wel en dan krijg je het er echt niet meer in. Bij hapgrage honden doe ik het helemaal niet." Die slimmeriken krijgen een injectie, die na drie weken herhaald moet worden. "Daarna is het een kwestie van ieder jaar een keer terugkomen."
Toevallig heeft Eicher net de vijf maanden oude boxer Suus op bezoek, die keurig is ingeënt. Keelpijn luidt de diagnose, niets ernstigs. Heeft ze de kennelbacterie wellicht met verve van zich afgeslagen? De dierenarts weet het niet. "Voor wetenschappelijke zekerheid is echt bloedonderzoek nodig, maar dan moet ze echt ziek zijn." Suus maakt geen moment die indruk, dartelt vrolijk door de dierenpraktijk. "Let wel: een inenting beschermt niet tegen een lichte verkoudheid, maar voorkomt wel zware bronchitis of een longontsteking." Voor trouwe viervoeters die echt de klos zijn is er antibiotica als remedie. "Maar de kennelhoest kan nog wel drie weken lang besmettelijk blijven. Dus laat de hond niet bij andere honden uit. Ze besmetten elkaar door snuffelen en hoesten." De opgezette keel vereist bij de patiënten een ander aanlijnbeleid. "Vooral bij het trekken van de riem kan de keel opnieuw geïrriteerd raken. Het is daarom raadzaam de hond aan een borsttuig uit te laten als hij kennelhoest heeft."
Bron:De Gelderlander.
Door HARRY VAN DER PLOEG
OOSTERBEEK - Honden gaan steeds vaker op stap met andere honden, constateert de Oosterbeekse dierenarts Ernst Eicher. "Dan kunnen ze kennelhoest krijgen, maar ze hoeven er niet voor in een kennel te hebben gezeten."
De laatste tijden heeft Ernst Eicher er opvallend vaak mee te maken in zijn praktijk aan de Utrechtseweg in Oosterbeek: honden met kennelhoest. Daarom heeft hij een waarschuwend doen uitgaan naar de 'vrouwtjes of baasjes' van zijn patiënten.
"De ziekte gaat gepaard met een ontsteking van de slijmvliezen van de luchtwegen, wat zich uit in veelvuldig de keel schrapen. Ik krijg vaak te horen dat de mensen denken dat hun hond wat in de de keel heeft. De honden kunnen zelfs gaan braken. Hoesten kan ook voorkomen, maar dat hoeft niet."
Kennelhoest noemt hij het. "Het heerst nu echt. Een uitbraakje, passend bij de herfst. Maar de naam is ietwat verwarrend. Het is namelijk niet nodig dat de hond in een echte kennel heeft gezeten om de ziekte op te lopen." Een dagje op stap met een paar andere honden kan genoeg zijn, aldus Eicher. "Honden gaan tegenwoordig vaker met elkaar op stap: met de hondenuitlaatservice, tijdens cursussen of bij een verblijf in het pension tijdens de vakantieperiode. Daarmee groeit de kans op besmetting."
Voorkomen is beter dan genezen, geldt hier als stokoud motto. "Er zijn twee veroorzakers van deze ziekte: een op de griep lijkend parainfluenzavirus en een bordetellabacterie, die erg op kinkhoest lijkt." De afweer tegen het virus zit standaard in de grote cocktail die de honden jaarlijks dienen te krijgen toegediend. "De boredetellabacterie steekt echter ook steeds vaker de kop op. Daar valt iets tegen te doen, er zijn inmiddels twee goede vaccins tegen."
Hij haalt een doos tevoorschijn met een middel dat in de neus gespoten kan worden. "Dat is voor als er haast bij is, dat zit gelijk in de luchtwegen en biedt na een of twee dagen bescherming."
Het toedienen levert wel problemen op. "Een eerste keer hebben ze het niet in de gaten, de tweede keer wel en dan krijg je het er echt niet meer in. Bij hapgrage honden doe ik het helemaal niet." Die slimmeriken krijgen een injectie, die na drie weken herhaald moet worden. "Daarna is het een kwestie van ieder jaar een keer terugkomen."
Toevallig heeft Eicher net de vijf maanden oude boxer Suus op bezoek, die keurig is ingeënt. Keelpijn luidt de diagnose, niets ernstigs. Heeft ze de kennelbacterie wellicht met verve van zich afgeslagen? De dierenarts weet het niet. "Voor wetenschappelijke zekerheid is echt bloedonderzoek nodig, maar dan moet ze echt ziek zijn." Suus maakt geen moment die indruk, dartelt vrolijk door de dierenpraktijk. "Let wel: een inenting beschermt niet tegen een lichte verkoudheid, maar voorkomt wel zware bronchitis of een longontsteking." Voor trouwe viervoeters die echt de klos zijn is er antibiotica als remedie. "Maar de kennelhoest kan nog wel drie weken lang besmettelijk blijven. Dus laat de hond niet bij andere honden uit. Ze besmetten elkaar door snuffelen en hoesten." De opgezette keel vereist bij de patiënten een ander aanlijnbeleid. "Vooral bij het trekken van de riem kan de keel opnieuw geïrriteerd raken. Het is daarom raadzaam de hond aan een borsttuig uit te laten als hij kennelhoest heeft."
Bron:De Gelderlander.