Meestal even vlugvlug de stofzuiger er doorheen en dan vind ik het wel prima. Eens per week een lap hier en daar om wat af te stoffen en zo om de twee, drie weken een schone hoes op de bank.
Vandaag ben ik met wat meer fanatisme door de woonkamer gegaan. Vanavond zouden mijn vader en zijn vriendin komen en nou zijn ze zelf ook niet heel erg van de spic en span, een grote beurt was toch wel welkom [kuch].
Dus ik vanmiddag aan de poets en op zeker moment kreeg Otto het in de gaten: Oh, er gaat iemand komen!
Terwijl ik dus niks anders dan anders deed, gewoon stofzuigen, de bank van z'n plek. Misschien het feit dat ik de vloer heb gedweild?
Otto ondertussen op de bank ongedurig naar buiten zitten staren en bij iedereen die voorbij liep, blaffen en naar mij toe komen. En op zeker moment dat ik niet reageerde, boos worden. Of gefrustreerd, maar boos blaffend. En bij mij in de buurt blijven, want waar vrouwtje is, the action is, zoiets.
Maar er kwam niemand. 'Nee joh, eerst gaan we nog eten. Druif.'
Het leek even rustig te worden. Na het eten, de afwas, de vloer van de keuken nog even en dan op de bank.
En weer zo blaffen, op het raam letten (wat ik anders nooit doe: ik had het rolgordijn nog niet helemaal dicht).
Ja, ze zullen zo wel komen. Moeten we nog even wachten, helaas. Maar ze komen zo. Echt.
En toen, eindelijk. Manneman.
'Hij zit de hele middag al op jullie te wachten', zei ik tegen m'n vader.
'Huh?' vroeg hij.
'Ja, vrouwtje maakt schoon, dus komt er bezoek






