Je verhaal bewijst juist dat glad dominant is over ruw

Marjoleine gaat het je vast met de juiste codes uitleggen

maar simpelweg komt het hier op neer. Je hebt dus een gen dat bepaalt welk type haar het hondje krijgt. Dat kan glad zijn (voor het gemak hoofdletter G) en ruw. Omdat glad dominant is over ruw geven we ruw een kleine letter g mee, ok? Als dat de enige types vacht zijn, heb je de volgende mogelijkheden:
GG : twee copiën voor glad haar: hondje heeft glad haar
gg : twee copiën voor ruw haar: hondje heeft ruw haar
Gg : 1 copy glad, 1 copy ruw, omdat glad (G) dominant is over ruw (g) heeft dit hondje een gladde vacht.
Hieruit kun je afleiden dat een dominant gen wél een recessief gen kan 'verstoppen' maar andersom niet! Zolang jij hondjes met GG (glad) alleen maar kruist met andere hondjes GG óf met een hondje Gg (glad, maar verstopt een allel voor ruw haar) zullen alle pups altijd glad zijn. Dat is wat je ziet: maar als je een GG hondje (glad) kruist met een Gg hondje (ook glad) dan kunnen daar wel hondjes Gg uitkomen. Die zijn net zo gladharig als hun voorouders maar blijven wel een allel voor ruwe vacht verstoppen.
Als je echter twee hondjes Gg (allebei volledig gladharig) met elkaar kruis dan heb je de volgende mogelijkheden:
25% GG (=glad)
25% Gg (=glad)
25% gG (=glad)
25% gg (=ruw!)
Oftewel, ongeveer 75% van het nest tusen die twee hondjes is gladharig, en ongeveer 25% is ruwharig. Dat klopt netjes met dat ene hondje uit een nest van 6 dat ruwharig is. En alles is te verklaren doordat beide ouders ergens hogerop een ruwharige voorvader hadden. Die heeft dus voor het recessieve allel voor ruw gezorgd, dat alle volgende generaties 'verstopt' is gebleven onder de het dominante allel voor gladharig, en nu bij toeval opeens tevoorschijn gekomen is.
Hoop dat het zo een beetje duidelijk is
Kees