Na wekenlang twijfelen, piekeren en ploeteren heb ik toch de knoop doorgehakt;
het zou voor iedereen beter zijn om Suus te herplaatsen bij iemand die haar kan bieden wat ze echt nodig heeft.
Iemand met meer ervaring met dit ras, iemand met verstand van jagen, iemand met meer geduld.
De hond van de boswachter was overleden.
Hij was hier zo kapot van, dat hij voor het eerst een lange periode van zijn leven hondloos is gebleven.
En toen kwam hij op het internet Suusje tegen.
Hij wilde het graag proberen.
Vanaf het moment dat ik wakker werd vanmorgen heb ik lopen ijsberen.
Alsof ze wist dat er iets stond te gebeuren, gedroeg Suus zich ook anders vanmorgen.
Dan stond ze bovenop de keukentafel en dan probeerde ze bij me op schoot te klimmen.
Zo heb ik de tijd overbrugd totdat de boswachter kwam. Knuffelen met Suus, tegen haar praten, uitleggen wat er ging gebeuren en me verontschuldigen voor mijn falen.
En me ondertussen afvragend of ik niet iets meer mijn best had moeten doen.
Of ik niet te snel heb opgegeven. Hoe het zou zijn als ik toch iets meer door zou zetten, of ik toch niet even door deze lastige periode met peuterpuber-dochter en puber-Suus heen had moeten bijten.
Nee, ik ben op. Ik ben doodmoe, ik red het niet meer met die twee.
Het is beter zo, voor Suus vooral.
Als het klikt tussen haar en de boswachter, staat haar een prachtig mooi leventje te wachten.
Een leventje waarin zij kan doen waarvoor ze bestemd is, een leventje dat ik haar niet kan bieden.
De boswachter schreef dat zijn huis gevuld is met een ongeleid projectiel, en hoewel ze over scherpe oren bezit, ze er niet echt mee luistert en als ze wil blijven ze toch iets vooruitgang moet maken in het luisteren.
Heb ik dus toch niks teveel gezegd; Suusje is een eigengereid dametje, een ondeugd, en ook zo ontzettend lief.
En stiekum hoop ik dat ze terug komt.
Dan houd ik haar.
Dan wring ik me in alle mogelijke bochten om het goed te laten lopen.
Maar ergens weet ik dat dit egoistisch is, en niet het beste voor Suus.
En dat ik dat niet vol ga houden.
Suus is een werkhond en geen huishond.
Daarom probeer ik mijn eigen gevoelens voor haar aan de kant te zetten ook al doet het pijn.
Ik kende haar helemaal nog niet zo lang, maar dat neemt niet weg dat ik van haar ben gaan houden.
Als ze mag blijven dan mag ik over een poos bij haar komen kijken.
En mocht het niet lukken met de boswachter, dan komt ze terug en zoek ik net zo lang totdat ik weer een betere plek voor haar vind dan bij mij.
Daarom lieve Suus; tot ziens!
(en gedraag je een beetje













