Okee, kleuren liggen op verschillende loci (plaatsen) en hebben interactie met elkaar wat hun uiting betreft.
Er zijn bv loci die je alleen kunt zien als je op een andere locus een bepaald gen hebt.
Om te zien wat een hond is moet je dus weten wat er dominant is in de uiting (andere loci "verbergt" dus) en wat niet.
Dominant geef je aan met een hoofdletter, en sommige loci kunnen meerdere soorten genen bevatten. Er zijn er altijd maximaal twee aanwezig en de dominantste uit zich.
Honden hebben oa K-locus, waarop drie soorten genen kunnen liggen: KB, kbr, ly.
KB maakt het uiten donkere pigmenten mogelijk (bruin, zwart).
kbr is brindle
ky maakt lichte pigmenten mogelijk (geel)
Dan is er A-locus, daarom liggen 4 patronen: wolfspatroon, sable, tanpoint, recessief zwart. Die laatste zie je hoogst zelden dus vergeet die maar even.
Wolfsgrauw zie je ook weinig, is bv het patroon van de Saarloos.
Sable en tanpoint zie je heel erg veel.
Honden hebben natuurlijk áltijd iets op die A, maar het is niet altijd zichtbaar. Om het te kunnen zien heeft een hond op K-locus ky/ky nodig.
Twee maal ky, want het is recessief en dat betekent dat je, om het te kunnen zien, niets anders mag hebben dat het in de weg zit.
Om A te kunnen zien is er dus altijd ky/ky.
Omgekeerd zegt het dat als een hond ky/ky heeft (A toont) beide ouders minstens één ky moeten hebben gehad. Want de genen komen van de ouders en van beide ouders krijgt elk dier per locus één gen. Zo worden de nieuwe paren gevormd: een combinatie dus van wat de ouders zijn.
Goed, dit betekent dus dat als een hond A toont, zijn ouders beide minstens ky moeten hebben gedragen.
Als je wilt weten wat een hond kleurgenetisch is, moet je dus alle patronen kennen en liefst per ras. Dat is best veel trouwens; er is A, B, D, E, I, K, S, T, R.
Ik heb hierboven de formule opgeschreven van de beide ouders.
Als je wilt weten wat een hond genetisch is, en je kent de ouders, kun je wegkruisen wat de opties zijn.
Van A weten we dat de mechelaar ay/ay heeft (zuiver sable). De Dalmaat weten we niet, die kan namelijk A niet uiten.
Van B weten we dat ze beide B/B hebben, fokzuiver zwart. Dat zijn mechelaars vrijwel altijd, Dalmaten ook en het zou wel erg toevallig zijn als deze beide bruin droegen. Het kán, maar ik zou er geen geld op zetten.
S geeft het patroon weer. De mechel is eenkleurig (S/S), de Dalmaat heeft bontpatroon (sp/sp).
T geeft spikkels weer. Er van uitgaand dat de Dalmaatse flecking een variant is van gewone ticking, is dat T/T bij de Dalmaat. Een mechel heeft dat niet, die heeft t/t.
Dan K, de belangrijkste hier.
De mechel heeft ky/ky, want die is sable. Dus dat kan niet anders.
De Dalmaat heeft KB/KB, die tonen nooit A-locus namelijk.
Als je nu gaat kruisen heeft het pupje op
A: niet interessant, niet zichtbaar namelijk
B: zwart, B/B dus
S: S/sp, hij draagt bont maar toont eenkleurig (want dat is dominant)
T: T/t hij heeft ticking maar kan dit niet tonen want eenkleurig
K: KB/kb. Hij kan niets van A tonen, want hij heeft een KB.
En dan gaan we naar de pups en die zijn: sable. Ze tonen dus A-locus en dat betekent dat ze ky/ky hebben. En dat heeft die Dalmaat niet.
Ergo: de Dalmaat is niet de vader.
