Dit zegt de wet over agressieve honden
bron:
http://www.minlnv.nl/portal/page?_pagei ... m_id=23914
Al naar aanleiding van de evaluatie van de RAD heb ik besloten deze regeling in te
trekken. Ik heb daarbij aangekondigd voornemens te zijn een nieuwe regeling op te
stellen die in de plaats van de RAD zou komen. Alles overwegende heb ik besloten geen
vervangingsregeling vast te stellen.
Als toelichting hierop zet ik hieronder op hoofdlijnen de verschillende stappen die in dit
dossier zijn gezet, nog eens op een rij.
Proces tot nu toe
In 1993 is de RAD tot stand gekomen naar aanleiding van diverse ernstige bijtincidenten
door, en agressief gedrag van honden van met name het type pitbull. De RAD is gebaseerd
op artikel 73 van de Gezondheids-en welzijnswet voor dieren (GWWD). Dit artikel bepaalt
dat dieren behorende tot door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
aangewezen soorten of categorieën agressieve dieren niet mogen worden gehouden. Ook
mag met dergelijke dieren niet worden gefokt en gehandeld. De RAD bevat dus een
uitsterfregeling.
De RAD heeft niet het effect gehad dat ervan werd verwacht. Het aantal pitbulls is niet
afgenomen en er bleven bijtincidenten voorkomen. Het stuitte op toenemend onbegrip
dat op grond van de RAD ook honden in beslag genomen en daarop volgend gedood
konden worden die niet waren betrokken bij bijtincidenten (Kamerstukken II 2006/07, 28
286, nr. 42). Dit is aanleiding geweest tot het instellen van een Commissie van Wijzen. Het
advies van die commissie heb ik u bij brief van 9 juni 2008 aangeboden (kamerstukken II
Web:
http://www.minlnv.nl" onclick="window.open(this.href);return false;
De Voorzitter van de Tweede Kamer
Zoals in genoemde brief vermeld, heb ik op basis van het advies geoordeeld dat het niet
wenselijk zou zijn te volstaan met het intrekken van de RAD alleen. Uit het oogpunt van
het veiligheidsgevoel van de burger heb ik daarom toen het voornemen opgevat een
regeling inzake agressieve honden te behouden; dit als extra instrument om te kunnen
optreden bij agressiviteit door honden, naast mogelijkheden daartoe op basis van de
gemeentelijk APV’s en artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht.
Dit voornemen kon in uw Kamer op instemming rekenen (Kamerstukken II, 28 286, 228).
Belangrijk daarbij was toen ook dat in samenspraak met de Minister van Justitie en het
OM een gewijzigd regime was ingevoerd ten aanzien van op dit moment in
beslaggenomen honden op grond van de RAD. Honden die uitsluitend op basis van
uiterlijke kenmerken in beslag waren genomen en die dus niet bij bijtincidenten waren
betrokken, worden terug gegeven aan de eigenaar. Honden die betrokken waren bij
bijtincidenten of waarvan gebleken is dat die afwijkend gedrag vertonen, worden getest
op hun agressiviteit en op basis van de resultaten van die test gedood of teruggegeven
(Kamerstukken II 28 286, 2007/08, nr. 229).
In het AO van 11 september j.l. heb ik met uw Kamer van gedachten gewisseld over de
nieuw voorgestelde regeling. Daarbij is de vraag aan de orde geweest wat de effectiviteit
en toegevoegde waarde van de nieuw voorgestelde regeling zou kunnen zijn. Daarbij is
door uw Kamer tevens naar voren gebracht dat het gedrag van honden in grote mate
wordt bepaald door dat van hun eigenaars.
Zoals ik in het AO heb aangegeven, ben ik hierover nader in overleg getreden met de VNG,
het OM en mijn ambtgenoot van Justitie.
Overleg VNG
De VNG heeft enkele kanttekeningen geplaatst bij de handhaafbaarheid van de
voorgenomen regeling, vooral voorzover het gaat om preventief te kunnen optreden
tegen agressieve honden. Voorts wijst de VNG erop dat in de loop der jaren in
voorkomende gevallen altijd zonder ophef door gemeenten kon worden opgetreden
tegen agressief gedrag met honden en tegen agressieve honden die niet tot het type
pitbull behoorden. De APV’s hebben de gemeenten daartoe de noodzakelijke handvatten
geboden.
APV’s kunnen zowel strafrechtelijk als bestuurlijk worden gehandhaafd. Bij strafrechtelijke
handhaving staat primair de houder van de hond centraal en in dat kader kan hij worden
vervolgd en bestraft. Daarnaast kan een bij een incident betrokken hond langs
strafrechtelijke weg in beslag genomen worden en in voorkomend geval worden gedood.
Bestuursrechtelijk heeft de gemeente op basis van de APV o.a. de mogelijkheid tot het
opleggen van een muilkorf-of aanlijngebod.De VNG heeft aangegeven te willen bezien of de bestaande model-APV nader kan of moet
worden aangescherpt ten aanzien van agressie door of met honden. Ik zal hierover verder
met de VNG in overleg treden en daarbij ook bezien of de voorlichting aan gemeenten
over de onderhavige problematiek gezamenlijk kan worden verstrekt.
Datum Kenmerk Paraaf: Vervolgblad
12 december 2008 TRCJZ/2008/3525 3
Wat betreft het bestuursrechtelijke traject kan voorts artikel 172 van de Gemeentewet de
burgemeester de mogelijkheid bieden op te treden bij agressiviteit door honden. Dit blijkt
bijvoorbeeld uit de praktijk van de gemeente Assen. Bedoeld artikel geeft in algemene zin
de burgemeester de bevoegdheid de noodzakelijke maatregelen te treffen ingeval
verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. Dit kan in dergelijke
omstandigheden een bruikbaar middel zijn om langs bestuurlijke weg tot inbeslagname
van agressieve honden over te gaan en daaropvolgend te beslissen wat met de hond dient
te gebeuren.Omdat er slechts beperkt ervaring met toepassing van dit artikel is opgedaan voor zover
het gaat om verstoring van de openbare orde, waarbij agressiviteit met honden speelt, zal
ik in genoemd nader overleg met de VNG ook bezien wat de mogelijkheden zijn aan de
bruikbaarheid van dit artikel ruimere bekendheid te geven.
Overleg OM en Justitie
Het OM en Justitie hebben vragen gesteld over de handhaafbaarheid van de nieuw
voorgestelde regeling. Dit hangt vooral samen met de bewijslast van verwijtbaarheid aan
de eigenaar dat zijn hond agressief gedrag toont of getoond heeft.
Artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht biedt de mogelijkheid op te treden tegen
eigenaars van honden die hun dier ophitsen of onvoldoende terughouden. Hierbij is
weliswaar eerder de conclusie geweest dat de ten laste legging op grond van dit artikel
niet altijd eenvoudig is. Betwijfeld wordt echter ook of de voorgenomen regeling
voldoende oplossing hiervoor zou kunnen bieden. Overigens kan op grond van de
artikelen 285 en 302 van het Wetboek van Strafrecht eveneens opgetreden worden tegen
houders van honden. Genoemde artikelen betreffen achtereenvolgens bedreiging, waarbij
een hond is gebruikt, en zware mishandeling.
Conclusie en vervolgproces
Op basis hiervan stel ik vast dat hierboven genoemde mogelijkheden voldoende
toereikend zijn voor maatwerk bij het optreden bij agressie met en door honden. De
houders van de honden kunnen zowel op grond van de APV’s worden bestraft, als ook op
grond van artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht. Langs zowel bestuursrechtelijke als
strafrechtelijke weg kunnen ook de gewenste maatregelen jegens honden worden
genomen.Op basis hiervan kom ik uiteindelijk tot de slotsom dat de meerwaarde van een nieuwe
regeling in dat licht vooral symbolisch zou zijn in plaats van een, in aanvulling op
bestaande mogelijkheden, praktisch toepasbaar extra instrument. Ik zal de RAD dan ook
intrekken met ingang van 1 januari as. en niet voorzien in een nieuwe regeling op grond
van de GWWD.
Dit betekent ook dat daarmee artikel 74 van de GWWD dat voorziet in een extra
mogelijkheid voor burgemeesters te kunnen op treden tegen agressieve honden,
voorzover die behoren tot soorten of categorieën die zijn aangewezen op grond van de
GWWD, buiten werking zal zijn gesteld.
Bij deze brief is in schema op hoofdlijnen aangegeven wat de mogelijkheden zijn om na 1
januari op te treden tegen agressieve honden of hun eigenaren.
Datum Kenmerk Paraaf: Vervolgblad
12 december 2008 TRCJZ/2008/3525 4
De gevolgen van dit voornemen tot intrekking van de RAD met ingang van 1 januari 2009
zijn de volgende.
In de eerste plaats zal terzake van honden die voor het tijdstip van intrekking van de RAD,
dus tot 1 januari 2009, nog op grond van de RAD in beslag zijn genomen, het huidige
beleid worden gecontinueerd.
Het uitvoeren van het risico-assessment bij de honden die in beslag genomen zijn als
gevolg van een bijtincident of die afwijkend gedrag vertonen, is nog gaande maar ligt op
schema. Doelstelling is om bij al deze honden begin volgend jaar het risico-assessment
afgenomen te hebben. Op basis van dit risico-assessment wordt besloten of de hond
teruggegeven wordt aan de eigenaar, zal worden herplaatst of zal worden
geëuthanaseerd.
Het proces van teruggave van honden waarvan geen eigenaar bekend is, de eigenaar
afstand gedaan heeft, of waarvan de eigenaar niet te traceren is, verloopt echter niet altijd
even voorspoedig. Een aantal van deze honden vertoont afwijkend gedrag, in dusdanige
mate dat het er naar uitziet dat besloten moet worden tot euthanasie. Voor de andere
honden binnen deze categorie is het moeizaam herplaatsing te realiseren. Dit heeft veel te
maken met de hoge eisen die ik stel aan de situatie waarin de hond herplaatst zal worden
met het oog op het garanderen van veiligheid en het welzijn van deze dieren na plaatsing.
Desalniettemin is het de verwachting dat begin volgend jaar ook voor deze groep honden
een passend thuis gevonden is.
In de tweede plaats zal in belangrijke mate de verantwoordelijkheid voor het optreden bij
agressiviteit met honden in handen liggen van het bestuur van gemeenten. Bij ernstige
incidenten kan ook het strafrecht worden aangewend.
In de derde plaats wil ik zowel ten behoeve van de strafrechtelijke vervolging als de
bestuurlijke handhaving, mijn inspanningen voortzetten om te komen tot een zo goed
mogelijke risico-assessment voor honden die agressief gedrag tonen. Dit risico-assessment
zal ik dus beschikbaar stellen aan gemeenten en het OM. Ook zal ik degenen die deze
assessments kunnen afnemen, vragen hun diensten aan gemeenten en het OM ter
beschikking te stellen. Ik zal het risico-assessment bij deze partijen onder de aandacht te
brengen. Op deze manier kunnen de gemeenten op vakkundige wijze een in beslag
genomen hond laten beoordelen, alvorens een besluit te nemen over hoe verder te
handelen. Landelijk gebruik van dit assessment zou tevens bij kunnen dragen aan
uniformiteit op dit gebied. Het blijft uiteraard aan de gemeenten en het OM om te
beslissen het assessment te gebruiken.Tenslotte zal ik de komende periode aandacht besteden aan voorlichting ten algemene,
mede in het licht van risico’s op agressief gedrag van honden. Dit in aanvulling op reeds in
gang gezette activiteiten op het gebied van voorlichting. Een en ander zal door het
Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren (LICG) worden gerealiseerd. Voor de
komende drie jaar zal het LICG hiertoe een groot project uitvoeren met als titel “preventie
van hondenbeten”. Ik stel hiervoor de benodigde middelen ter beschikking.
Datum Kenmerk Paraaf: Vervolgblad
12 december 2008 TRCJZ/2008/3525 5
Het gaat daarbij om voorlichting en educatie, zoals gedragscursussen voor honden en hun
houders en cursussen gericht op het omgaan met honden in relatie tot kinderen. Ook zal
aandacht worden besteed aan omgang met honden, gericht op niet-hondenbezitters en
kinderen, dit laatste bijvoorbeeld met lesmateriaal voor basisscholen.
DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,
G. Verburg