Even terug naar het begin van deze topic.
Het gebruik van een brabandertje vind ik dus echt niet kunnen.
Dit is gewoon schijnheiligheid. Voor het gezicht van de buitenwereld een mooie platte leren band, maar wel met finke spijkers erin. Wees dan open en eerlijk en gebruik een prikband.
Het hondje in kwestie is is nog in een fase van verkennen en leren en daar past een dergelijk middel (zowel brabander als prikband) gewoon niet bij.
Er zijn genoeg andere methoden om eea aan te leren.
Verder hou ik me over het algemeen buiten dit soort onderwerpen. Er zijn gebruikers en er zijn tegenstanders en de kans dat die elkaar vinden is erg klein. Vaak zit men in de loopgraven en argumenten komen niet of zelden aan.
Toch wil ik nu wel even reageren.
Ergens op bladzijde 10 zegt Jan:
janinca2002 schreef:Ik ben nog steeds voor het oude voorstel van de werkgroep verboden middelen van de VDH: een TT is verboden,tenzij en dan met bovengenoemde wet. Als de voorstellen van AMVB dierenwelzijn wordt aangenomen is er ook een wettelijke basis om TT te verbieden.
Jan
In de tijd dat dit speelde (2002 - 2003) was ik zelf ook afgevaardigde in de Algemene Vergadering (AV) van de VDH.
De VDH kende een lijst met verboden middelen die al jaren oud was. Eén van de afgevaardigden stelde toen dat het eens tijd werd die lijst te evalueren en te actualiseren. Zoals hij het destijds stelde: jaren geleden (en ook nu nog) is hash en andere softdrugs verboden. Tegnwoordig kan je op iedere straathoek bijna van alles kopen en worden softdrugs getolereerd. M.a.w. de maatschappij veranderd en ook de techniek is aan verandering onderheving.
Dit leverde een behoorlijk discussie op en er is toen besloten tot het instellen van een projectgroep verboden middeln die de hele lijst moest onderzoeken en de AV moest adviseren. In de projctgroep hebben 5 afgevaardigden en 1 hoofdbestuurslid zitting gehad. Zelf was ik ook 1 van die 5 afgevraadigden.
Als projectgroep hebben we alle middelen op de lijst de revu laten passeren en alle relevante onderzoeken en alle wetgeving mbt die middelen.
Zo stond en staat op de lijst een zweep. In de tijd dat de lijst is opgesteld werd daar zo'n ouderwetse koetsierszweep me bedoeld, waar een fikse klap mee kon worden uitgedeeld. Bij het pakwerk was het gebruik van een zweepje inmiddels heel normaal geworden. Dat zweepje werd niet meer gebruikt om de hond te straffen, maar wel om de hond op de pakwerker te attenderen en gerichter te maken.
Het doel was dus inmiddels anders geworden maar wanneer je de zweep van de lijst afhaalt zet je de deur ook weer open voor de oude koetsierszweep.
Zo was het dus continu wikken en wegen en zo ook m.b.t. het gebruik van de TT.
Een TT is gewoon in de handel voor iedereen te koop. Vaak wordt er ook onoordeelkundig gebruik van gemaakt en ja ook de (on)controleerbaarheid en afdwingbaarheid speelt een grote rol. Een heel streng handhavingsbeleid zorgt er voor dat e.e.a. in de illegaliteit verdwijnt en dan heb je er helemaal geen grip meer op.
De enige manier om het gebruik uit te bannen en waar mogelijk te kanaliseren was zorgen dat de kennis over leerprincipes en -methoden op grotere schaal bekend werd. Waarom? Omdat vaak iemand instructie stond te geven die zelf wel wat had bereikt met zijn hond maar verder alleen volgens de door hem gehanteerde methode kon werken.
Dit was dus iets wat niet alleen bij de VDH speelde, maar ook in de NBG, KNPV, jacht, GG en noem maar op.
Uiteindelijk zou een punt bereikt moeten kunnen worden dat alleen nog maar gediplomeerde instructeurs voor een groep zouden mogen staan.
Of dat doel uiteindelijk bereikt wordt is niet zo belangrijk maar wel de weg er naar toe.
De weg er naar toe begint dan met een cursusaanbod en opleiding. Een opleiding die ook nog eens door het ministerie van Onderwijs wordt erkend en die status heeft. Jammer genoeg is het ministerie nog steeds niet overgegaan tot erkenning van de opleiding en het kost nog steeds een behoorlijke smak met geld.
Natuurlijk waren er al een aantal mensen die volgens de leerprincipes werkten en ook al het nodige hadden bereikt. Deze mensen kregen een verkorte opleiding en werden daarna ingezet als stage-begeleider voor degenen die de opleiding gingen volgen. Dan moet je dus denken aan mensen zoals de instructeur van Malinois (Dave). Deze mensen weten waar ze het over hebben en kunnen de leerprincipes toe passen.
Verspreid over alle bladzjden ben ik argumenten (voor en tegen) tegengekomen die destijd ook in de projectgroep aan de orde zijn geweest.
Tegenwoordig is de situatie zo dat steeds meer verenigingen volgens de leerprincipes aan het werk zijn, zelfs binnen de KNPV wordt de clicker en een balletje steeds meer gebruikt en worden de leerprincipes steeds meer toegepast. Het gebruik van de TT hoeft per definitie niet slecht te zijn, het is inderdaad een hulpmiddel en van het grootste belang is dan ook hoe dat middel gebruikt wordt. Bij verkeerd gebruik is een halti ook gevaarlijk en kan zelfs een clicker geestelijke schade aanrichten.
Het is ook een heel Hollandse traditie om alleen naar de negatieve dingen te kijken. Een glas is half leeg en zelden halfvol.
De excessen springen natuurlijk altijd in het oog en blijven ook op het netvlies branden. Wanneer mensen een middel op de goede manier gebruiken dan valt dat niet op en zal je er niemand over horen.
Neemt niet weg dat je die excessen wel bespreekbaar moet maken en de dader zal moeten wijzen op leerprincipes en andere methoden.
Dan nog even over IPO en de dreiging en het geven van stokslagen.
IPO is een puntenspelletje. Degene die zijn hond tot in de hoogste perfectie heeft getraind in de winnaar. IPO gaat over 3 onderdelen die allemaal verschillende aangeboren of aangeleerde driften aanspreken. Hoewel het een puntenspelletje is blijft het in de kern een gebruikshondenprogramma.
Zo wordt ook de driften, zelfzekerheid en belastbaarheid beoordeeld. In het verleden heette dat moed en vechtlust, maar de tem DZB lag politiek toch even wat vriendelijker. Neemt niet weg dat DZB een gebruikswaarde vertegenwoordigd die in de fok nog steeds hoog worden gewaardeerd.
DZB kan over de 3 onderdelen worden beoordeeld maar pas na het pakwerk wordt het uiteindelijke oordeel gegeven. De zelfzekerheid en belastbaarheid worden voornamelijk getest bij de dreiging en de stokslagen.