gekopieerd van internet Nancy Koper
canecorsonancy@hotmail.com
De beoordeling van onderdelen
Bij de beoordeling van HD-foto's wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen en de aanwezigheid van botwoekering langs de randen van de heupgewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde", die wordt gemeten op de röntgenfoto in positie I. De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is de Norberwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dsu een minder gunstige HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een kombinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling. Op het formulier wordt dit duidelijk gemaakt door het aankruizen van "onvoldoende" of "slechte" aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkom ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid "bot-afwijkingen". Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de bot-afwijking en de uitslag: zeer lichte bot-afwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD tc, lichte (2) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD ±, en ernstige (3) bot-afwijkingen leiden tot de beoordeling HD +. De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag
De Norbergwaarde
Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden door een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.
nog een ander stukje geschreven. http://www.eenhoornleijn.nl/HD.htm" onclick="window.open(this.href);return false;
De Norbergwaarde betreft de diepte van de heupkom.
Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden met een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende gewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.
Verder bekijkt de commissie de botafwijkingen: heeft een hond goede Norbergwaarde (NB) maar botafwijkingen, onregelmatigheden dus in de randen en het gewricht zelf, dan beïnvloedt dat de uitslag ten nadele. Botafwijking (BA) 0, 1, 2 en 3 zijn mogelijk, waarbij 0 aangeeft dat het gewricht vrij is van afwijkingen.
Dan is er nog de aansluiting van de kop in de heupkom. Vrijwel alle honden uit de jachthondengroep hebben onvoldoende aansluiting (OA). Dat is heel normaal bij een hond die veel loopt en beweegt. Zeer af en toe heeft een hond een goede aansluiting. Ook kan de kwalificatie slechte aansluiting (SA) worden gegeven. Dat laatste komt eigenlijk alleen voor wanneer de heupen toch al matig waren, maar onvoldoende of slechte aansluiting kan ook veroorzaakt worden doordat de hond onder narcose was toen de foto werd gemaakt.
Dat wordt vaak gedaan en heeft vaak een negatieve invloed op de uitslag hierdoor.
Wij adviseren dan ook een dierenarts te zoeken die de foto zonder narcose of roesje maakt.