Nou, weer even een hectische dag met het geboefte.
Heb weer op apegapen gelegen. Die ongelooflijke sukkel van die zoon van me ging even een vuilniszak buiten in de container gooien. Laat-ie verdorie de voordeur openstaan. Ik kom uit de keuken en zie de open deur en begin gelijk paniekerig koppen te tellen: U is er, maar wáár is Io????
Nergens te vinden, dus ik ren naar buiten. Stuk of 100 rondjes rond het blok gerend. Geen wawa te bekennen. Zoon inmiddels tegengekomen, hijgend uitgefoeterd en hem de andere kant op gestuurd. In looppas. Mijn oude botten op de grond gevleid om onder geparkeerde auto’s te loeren. Bij buren de tuinen ingestormd om te kijken of ze zich onder hun struiken had verstopt.
Geen wawa te zien. 5000 grijze haren erbij.
Weer zoon tegengekomen. En hem opnieuw met hel en duivel bedreigd als hij zonder wawa thuis durfde te komen. En hem toegesist dat ik hem ga inruilen voor een leuk meisje. Die wél nadenkt.
Inmiddels Lisette op de parkeerplaats tegengekomen.
O ja, die zou vanavond bij me komen eten. Jammer dan. Verandering van plannen. Mee helpen zoeken. Je moet wat doen voor de kost als je bij mij wilt eten.
Tussen het rennen door even terug naar huis om te kijken of de hulptroepen (zoonlief had inmiddels alle buurkinderen opgetrommeld) Jip heeft gevonden (zoonlief heeft ze nl. herdoopt tot Jip en Janneke). Ik kijk in de tuin en bedenk dat ik door alle stress ernstige oogproblemen heb opgelopen…. Ik zie TWEE wawa’s.
Heeft het ondier waarschijnlijk onder verstopt onder een struik gelegen. Waarom willen mensen van die kleine hondjes hebben? Je bent ze verdorie iedere keer kwijt.
Al zijn ze natuurlijk wel goed voor een indringende conditietraining.
Na in een bruin zakje te hebben geblazen omdat ik inmiddels een hyperventilatie-aanval heb gekregen (dát of een lichte hartaanval). Bel naar de hulptroepen dat ze naar huis kunnen komen omdat Jip terecht is.
Gelukkig kan ik een hoop stress kwijt door eindelijk aan het eten beginnen. Koken is zo’n rustgevende bezigheid.
Tijdens het eten merk ik dat Jip en Janneke geweldige tuinvrouwen zijn. Ze wieden nl. het onkruid tussen de tegels in de tuin. Moet alleen het onkruid tussen de tandjes wegbikken want ze vinden het kennelijk erg lekker. Fijne hondjes. Brave hondjes.
Een kwalificatie die ik helaas een uur later moet intrekken nadat ze achter elkaar twéé speeltjes van Kyra slopen. Speeltjes die Kyra al haar levenlang zorgzaam behandeld weten twee miniatuurhondjes in een kwartier tot veters te reduceren.
Stóute hondjes!
Enfin, nadat ik tot hun diepe teleurstelling de vulling uit de minikeeltjes heb gepulkt, besloten ze met Bliss de border te spelen. Nog even de buurhonden toekeffen. En vriendje van zoonlief die op bezoek kwam uitkafferen.
En dan is het bedtijd. Ze liefdevol op mijn sierkussens op de bank neergevleid en de bolle oogjes vallen toe. Even rust. Voor alle partijen, vooral de menselijke dan. Nu sluip ik héél zachtjes naar boven in de hoop dat ze niet merken dat ze niet welkom in mijn bed zijn.
Hoef ik morgen ook niet in drolletjes te trappen.